ECLI:NL:ORBANAA:2008:BK2991
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- E. Angela
- L.J. de Kerpel-van de Poel
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechter bij niet-naleving ambtenarenrechtelijke uitspraak en schadevergoeding
In deze zaak heeft een ambtenaar bezwaar gemaakt tegen het niet uitvoeren van een eerdere uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken, waarin een bevordering was toegekend met een bepaalde ingangsdatum. De Minister van Financiën en Economische Zaken had het verzoek om bevordering afgewezen en gaf niet tijdig gevolg aan de uitspraak. Het Gerecht had de Minister veroordeeld tot betaling van een dwangsom van Naf. 50 per maand bij niet-naleving.
De Raad van Beroep overwoog dat artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) slechts een grondslag biedt om bij niet-uitvoering een schadevergoeding vast te stellen, maar niet om een dwangsom op te leggen of een vooraf bepaalde schadevergoeding als dwangsom aan te merken. De Minister was inmiddels aan de uitspraak tegemoetgekomen door de ambtenaar met terugwerkende kracht te bevorderen.
De Raad vernietigde daarom de bestreden uitspraak voor zover daarin een dwangsom werd opgelegd en benadrukte dat een verzoek tot vergoeding van vertragingsschade buiten deze procedure moet worden ingediend. De Minister verloor daarmee zijn belang bij het beroep, behalve ten aanzien van de dwangsom die onterecht was opgelegd.
De uitspraak onderstreept de beperkte bevoegdheid van bestuursrechters in ambtenarenzaken bij het afdwingen van uitvoering en het onderscheid tussen schadevergoeding en dwangsom in de ambtenarenrechtspraak.
Uitkomst: De Raad vernietigt de bestreden uitspraak voor zover daarin een dwangsom werd opgelegd en bevestigt dat artikel 96 La geen bevoegdheid geeft tot het opleggen van dwangsommen.