ECLI:NL:ORBANAA:2008:BK3009

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
17 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
RvBAz 2008/6
Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.Th. Drop
  • A.R. Ramirez
  • J. Sybesma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 119 Besluit Rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak over ontslagambtenaar ondanks overschrijding beslistermijn

Appellant, een ambtenaar te Curaçao, was door de Minister van Justitie ontslagen bij Landsbesluit van 18 juli 2003. De Raad van Beroep vernietigde dit ontslag omdat het niet eervol was verleend en gaf de Minister opdracht binnen drie maanden een nieuw Landsbesluit uit te vaardigen. Dit nieuwe besluit werd echter pas na de gestelde termijn bekendgemaakt.

Appellant diende bezwaar in tegen het gewijzigde Landsbesluit, maar het Gerecht in ambtenarenzaken verklaarde dit bezwaar ongegrond. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat er geen rechtsregel bestaat die het bestuursorgaan verbiedt een uitspraak van een gerechtelijke instantie uit te voeren na het verstrijken van de beslistermijn.

Verder merkte de Raad op dat de aangevoerde bezwaren over de duur van de ontslagprocedure niet tot een ander oordeel konden leiden, aangezien het ontslag inmiddels onherroepelijk was. De Raad bevestigde daarom de bestreden uitspraak en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De Raad van Beroep bevestigt de bestreden uitspraak en wijst het hoger beroep af ondanks overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

Uitspraak: 17 juli 2008
Zaaknr: RvBAz 2008/6
RAAD VAN BEROEP
IN AMBTENARENZAKEN
Uitspraak
In de zaak van:
[ambtenaar]
wonende te Curaçao,
oorspronkelijk klager, thans appellant,
gemachtigde: mr. W.E. Fortin,
tegen:
DE MINISTER VAN JUSTITIE
zetelend te Curaçao,
oorspronkelijk verweerder,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. L.M. Virgina.
1. Ontstaan en loop van het geding.
Op 17 september 2007 heeft appellant een bezwaarschrift ingediend bij het gerecht in ambtenarenzaken (verder te noemen het Gerecht) tegen het Landsbesluit van 29 juni 2007, no. 2, zoals gewijzigd bij Landsbesluit van 29 augustus 2007, no. 38. Het Gerecht heeft het bezwaarschrift bij uitspraak van 7 januari 2008 ongegrond verklaard.
Hiertegen is namens appellant hoger beroep ingesteld bij schrijven, ter griffie ingekomen op 6 februari 2008. Geïntimeerde heeft een contra-memorie ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad op Curaçao op 12 juni 2008, waar appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De uitspraak is nader bepaald op heden.
2. Beoordeling.
Het beroep is tijdig ingediend nu het beroepschrift op 6 februari 2008 per fax ter griffie is ontvangen. Ten onrechte is aan verweerder slechts een afschrift verzonden van het op 11 februari 2008 afgestempelde per brief ontvangen exemplaar van het beroepschrift.
Geïntimeerde heeft appellant ontslagen bij Landsbesluit van 18 juli 2003, no. 22. De Raad heeft deze beschikking vernietigd bij uitspraak van 3 april 2007 op grond van de overweging dat geïntimeerde ten onrechte had nagelaten het ontslag eervol te verlenen. Daarbij heeft de Raad geïntimeerde opgedragen binnen drie maanden na het geven van de uitspraak een nieuw Landsbesluit af te geven, met inachtneming van het in de uitspraak bepaalde.
Het onder 1.1 vermelde Landsbesluit van 29 juni 2007 is niet met inachtneming van de door de Raad gestelde termijn voor 3 juli 2007 aan appellant bekend gemaakt. Bekendmaking heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2007 onder gelijktijdige bekendmaking van het wijzigingsbesluit van 29 augustus 2007. Het gewijzigd Landsbesluit strekt ertoe appellant met toepassing van artikel 119, eerste lid, sub e en tweede lid van het Besluit Rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen, per 1 september 2007 ontslag uit ’s-Landsdienst te verlenen.
Er is geen rechtsregel waaruit voortvloeit dat een bestuursorgaan een uitspraak van een gerechtelijke instantie niet meer zou mogen uitvoeren na het verlopen van de door die instantie gegeven beslistermijn. Het Gerecht heeft het in bezwaar bestreden gewijzigde Landsbesluit dus terecht instand gelaten. Hetgeen voorts nog namens appellant is aangevoerd, onder meer over de duur van de ontslagprocedure, kan niet leiden tot een ander oordeel nu dat betrekking heeft op het verleende ontslag, dat al onherroepelijk is.
De bestreden uitspraak wordt daarom bevestigd.
3. Beslissing
De Raad van Beroep:
- bevestigt de bestreden uitspraak.
Aldus gegeven door mr. J.Th. Drop, voorzitter en A.R. Ramirez en mr. J. Sybesma, leden, en uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.