ECLI:NL:ORBANAA:2012:BX4885

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
29 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
RvBAz 2011/47403 en 47421
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 Rar
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen functiewaarderingsbesluit ambtenaren

Appellanten verzochten om herwaardering van hun functie als juridisch medewerker en herziening van hun rechtspositie. Zij dienden bezwaarschriften in tegen het uitblijven van een beslissing op hun verzoeken. Het Gerecht in ambtenarenzaken verklaarde deze bezwaarschriften niet-ontvankelijk omdat zij gericht waren tegen een besluit van algemene strekking en niet tegen een beschikking.

Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van Beroep bevestigde dat functiewaarderingsbesluiten en de daaraan ten grondslag gelegde functieomschrijvingen als besluiten van algemene strekking worden aangemerkt, waartegen geen bezwaar mogelijk is volgens artikel 35 van Pro de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (Rar).

De Raad stelde vast dat appellanten niet opkomen tegen een individuele beschikking, maar tegen een algemeen verbindend voorschrift. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk. De overige aangevoerde gronden behoeven geen nadere bespreking. De uitspraak van het Gerecht werd bevestigd.

Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij opkomen tegen een besluit van algemene strekking en niet tegen een beschikking.

Uitspraak

Uitspraak: 29 juni 2012
Zaaknr: RvBAz 2011/47403 en 47421
RAAD VAN BEROEP
IN AMBTENARENZAKEN
Uitspraak
in de zaak tussen:
[Appellanten sub A en sub B]
oorspronkelijk klagers,
thans appellanten,
gemachtigde: S.C. Larmonie LL.B
en:
DE REGERING VAN CURAÇAO
oorspronkelijk verweerder,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. N.R. Romero.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1 Bij brieven van 5 augustus 2010 respectievelijk 7 september 2010 hebben appellanten verzocht om de functie van juridisch medewerker te herevalueren c.q. te herwaarderen en hun rechtspositie te herzien.
1.2 Appellanten hebben op respectievelijk 6 september 2010 en 6 oktober 2010 een bezwaarschrift ingediend gericht tegen de weigering van geïntimeerde, als rechtsopvolger van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, om te beslissen op de brieven van 5 augustus 2010 respectievelijk 7 september 2010.
1.3 Deze bezwaarschriften zijn door het Gerecht in ambtenarenzaken (hierna het Gerecht) bij uitspraak van 13 april 2011, GAZ 2010/115 en 2010/130 niet-ontvankelijk verklaard.
1.4 Appellanten hebben tegen deze uitspraak tijdig hoger beroep ingesteld. Geïntimeerde heeft een contra-memorie ingediend.
1.5 Het beroep is behandeld door de Raad van beroep in Ambtenarenzaken (hierna: de Raad) ter zitting van 24 april 2012. De heer [appellant sub B] is verschenen, bijgestaan door gemachtigde voornoemd. Geïntimeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.
1.6 De uitspraak is nader bepaald op heden.
2. Wettelijke bepalingen
Artikel 35, eerste lid, van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (hierna: Rar) bepaalt dat een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgende door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden, waarvoor die bevoegdheid is gegeven.
Het vierde lid van artikel 35 bepaalt Pro dat niet ontvankelijk is het bezwaar, in zover het gericht is tegen algemeen verbindende voorschriften.
3. Beoordeling
3.1 Het Gerecht heeft in de door appellanten bestreden uitspraak geoordeeld dat de beschrijving en de waardering van een ambtelijke functie in het algemeen als een algemeen verbindend voorschrift moet worden aangemerkt. Ingevolge artikel 35, vierde lid, van de Rar is niet ontvankelijk het bezwaar, in zover het gericht is tegen algemeen verbindende voorschriften. Gelet hierop kan het bestreden besluit niet worden beoordeeld en getoetst door de ambtenarenrechter.
3.2 Appellanten brengen onder meer de volgende grieven naar voren.
Het bezwaar van appellanten heeft geen betrekking op een mogelijke toetsing van een algemeen verbindend voorschrift door de ambtenarenrechter in de zin van artikel 35 van Pro de Rar. Hetgeen appellanten middels een bezwarenprocedure trachten te bewerkstelligen is om te realiseren en/of aan het bevoegd gezag te bevelen dat de functiebeschrijving/-waardering van hun huidige functie, juridisch medewerker bij de KPC, een juiste weergave geeft van de aan appellanten structureel sinds jaar en dag opgedragen werkzaamheden en de thans geldende functiebeschrijving. Appellanten wijzen er op dat door deskundigen op het gebied van functiebeschrijving en waardering (Capaz Consulting) scorefouten zijn geconstateerd in de waardering en onjuistheden in de beschrijving van de functie van appellanten.
3.3 Geïntimeerde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
3.4 De Raad overweegt als volgt.
3.4.1. In navolging van het Gerecht stelt de Raad vast dat appellanten een nieuwe beschrijving en herwaardering van hun functie wensen en dientengevolge het functiewaarderingsbesluit gewijzigd willen zien.
3.4.2 In zijn uitspraak van de Raad van 20 september 2007, zaaknummer RvBAz 2006/37 (LJN: BJ6420), heeft de Raad overwogen dat functiewaarderingsbesluiten en de daaraan ten grondslag gelegde functie- of organisatiebeschrijvingen in het algemeen op een lijn worden gesteld met besluiten van algemene strekking, waartegen, gelet op artikel 35 van Pro de Rar geen beroep op de ambtenarenrechter openstaat. De omschrijving van de functie van betrokkenen en waardering daarvan kunnen betrokkenen derhalve niet bij de ambtenarenrechter aan de orde stellen.
3.4.3 De Raad overweegt in dit verband dat uit artikel 35, eerste lid, van de Rar volgt dat slechts beschikkingen, handelingen of weigeringen om te handelen of te beschikken vatbaar zijn voor bezwaar. Een beschikking betreft een besluit dat niet van algemene strekking is. Kenmerkend voor een beschikking is dat het een concreet geval betreft. Nu appellanten niet opkomen tegen een aan hen gerichte beschikking, doch tegen een besluit van algemene strekking heeft het Gerecht het bezwaarschrift van appellanten terecht niet-ontvankelijk verklaard.
3.5 Gelet op het vorenstaande zal de Raad de uitspraak van het Gerecht, zij het op andere gronden, bevestigen. De overige door appellanten aangevoerde gronden behoeven geen nadere bespreken.
4. Beslissing
De Raad van Beroep:
- bevestigt de uitspraak van het Gerecht.
Aldus gegeven door mrs. M.T. Boerlage, voorzitter, J. Sybesma en S. Verheijen, leden, en door de voorzitter bekend gemaakt op 29 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.