Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende ontving een aanslag AOV/AWW-premie over 2005, waarbij de Inspecteur uitging van premieplicht op basis van leeftijd op 1 januari. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de leeftijd bij aanvang van belastingplicht bepalend is. De Inspecteur wijzigde haar standpunt in het beroepschrift en erkende dat belanghebbende niet premieplichtig was.
Het geschil betrof de toekenning van proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase en beroepsfase. Belanghebbende vorderde vergoeding van Naf. 400 voor de bezwaarfase en Naf. 700 voor de beroepsfase, wegens ernstige onzorgvuldigheid van de Inspecteur. De Inspecteur bood slechts een forfaitaire vergoeding van Naf. 25 aan voor de bezwaarfase en wees vergoeding voor de beroepsfase af.
De Raad oordeelde dat sprake was van ernstige onzorgvuldigheid, omdat het voor de Inspecteur duidelijk had moeten zijn dat belanghebbende niet premieplichtig was. Omdat het bezwaar werd ingediend vóór de inwerkingtreding van de ministeriële Beschikking proceskostenvergoeding bezwaarfase, moest de vergoeding naar redelijkheid worden vastgesteld. De Raad achtte het bedrag van Naf. 400 redelijk en wees dit toe. Voor de beroepsfase kon de Raad geen vergoeding toekennen, dit is de civiele rechter voorbehouden.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de bezwaarkosten ad Naf. 400.
Uitkomst: De aanslag AOV/AWW-premie 2005 wordt vernietigd en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van bezwaarkosten ad Naf. 400.