Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende was het niet eens met naheffingsaanslagen voor de premie Algemene Ouderdomsverzekering en Algemene Weduwen- en wezenverzekering over de jaren 1996 tot en met 2000. Zij diende bezwaarschriften in die door de Inspecteur niet-ontvankelijk werden verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur regels van de Algemene landsverordening landsbelastingen (ALL) had geschonden, waaronder het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar en het nalaten van communicatie.
De Raad van Beroep beoordeelde dat de uitspraken op bezwaar tijdig waren gedaan binnen de wettelijke termijn van negen maanden na ontvangst van de bezwaarschriften. Daarnaast oordeelde de Raad dat zelfs indien de Inspecteur tekort was geschoten in communicatie of andere verplichtingen, dit niet tot vernietiging van de naheffingsaanslagen leidt. De bezwaarschriften waren bovendien niet binnen de wettelijke termijn ingediend, en er waren geen verschoonbare omstandigheden.
De Raad wees het beroep van belanghebbende af en verklaarde de beroepen ongegrond. Hiermee bleef de Inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslagen te handhaven. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de secretaris en uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.