ECLI:NL:ORBBACM:2011:14

Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 juli 2011
Publicatiedatum
24 september 2019
Zaaknummer
2010/45382
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 ALLArt. 30 ALL
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslagen wegens schending Algemene landsverordening landsbelastingen afgewezen

Belanghebbende was het niet eens met naheffingsaanslagen voor de premie Algemene Ouderdomsverzekering en Algemene Weduwen- en wezenverzekering over de jaren 1996 tot en met 2000. Zij diende bezwaarschriften in die door de Inspecteur niet-ontvankelijk werden verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur regels van de Algemene landsverordening landsbelastingen (ALL) had geschonden, waaronder het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar en het nalaten van communicatie.

De Raad van Beroep beoordeelde dat de uitspraken op bezwaar tijdig waren gedaan binnen de wettelijke termijn van negen maanden na ontvangst van de bezwaarschriften. Daarnaast oordeelde de Raad dat zelfs indien de Inspecteur tekort was geschoten in communicatie of andere verplichtingen, dit niet tot vernietiging van de naheffingsaanslagen leidt. De bezwaarschriften waren bovendien niet binnen de wettelijke termijn ingediend, en er waren geen verschoonbare omstandigheden.

De Raad wees het beroep van belanghebbende af en verklaarde de beroepen ongegrond. Hiermee bleef de Inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslagen te handhaven. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de secretaris en uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.

Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.

Uitspraak

Beschikking d.d. 22 juli 2011, nr. 2010/45382
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende op Curaçao,
inzake: [belanghebbende],
gemachtigde [A],
tegen
[de Inspecteur].

1.Het procesverloop

1.1
Aan belanghebbende zijn de volgende naheffingsaanslagen in de premie Algemene
Ouderdomsverzekering en Algemene Weduwen- en wezenverzekering opgelegd:
Belastingjaar
Dagtekening aanslag
Bezwaarschrift ingekomen op
Uitspraak op
bezwaar
Beroepschrift ingekomen op
1996
31 december 2001
20 november 2009
19 maart 2010
19 mei 2010
1997
25 maart 2002
20 november 2009
19 maart 2010
19 mei 2010
1998
25 maart 2002
20 november 2009
19 maart 2010
19 mei 2010
1999
25 maart 2002
20 november 2009
19 maart 2010
19 mei 2010
2000
25 maart 2002
20 november 2009
19 maart 2010
19 mei 2010
1.2
De Inspecteur heeft de bezwaarschriften bij de genoemde uitspraken op bezwaar niet-
ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
1.3
De door belanghebbende op 19 mei 2010 ingediende beroepschriften zijn tijdig ingekomen.
1.4
De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.
1.5
Ter zitting van 12 mei 2011 te Willemstad zijn verschenen [B] namens belanghebbende en [C] namens de Inspecteur.
1.6
Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota ingebracht.

3.Geschil

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslagen moeten worden vernietigd wegens schending door de Inspecteur van regels van de Algemene landsverordening landsbelastingen (hierna: ALL).

4.De standpunten van partijen

4.1
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de Inspecteur niet tijdig uitspraak op de bezwaren heeft gedaan. Zij klaagt voorts dat de Inspecteur nagelaten heeft onverwijld een bewijs van ontvangst van de bezwaarschriften te hebben verzonden, dat de Inspecteur haar niet schriftelijk
heeft bericht dat en waarom niet tijdig uitspraak werd gedaan, dat de Inspecteur geen contact heeft opgenomen met haar adviseur om de zaak inhoudelijk te bespreken en dat de Inspecteur niet het bezwaarschrift heeft opgevat als een verzoek om een vermindering ambtshalve te verlenen. Zij verzoekt de uitspraken op bezwaar nietig te verklaren evenals de naheffings-aanslagen.
4.2
De Inspecteur erkent de juistheid van de klachten van belanghebbende, opgesomd onder a, b en c in de pleitnota, maar heeft de stellingen van belanghebbende overigens gemotiveerd betwist.
4.3
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

5.Beoordeling van het geschil

5.1
Artikel 30, tweede lid, van de ALL bepaalt:
"2. (...) Een uitspraak wordt geacht niet tijdig te zijn gedaan indien de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een uitspraak heeft gedaan."
5.2
De Inspecteur heeft de bezwaarschriften ontvangen op 20 november 2009. De uitspraken op
bezwaar, gedateerd op 19 maart 2010, zijn op grond van artikel 30, tweede lid, van de ALL derhalve tijdig gedaan. Het beroep van belanghebbende kan in zoverre niet slagen. Ook al zou de Inspecteur ontijdig uitspraken op bezwaar hebben gedaan, dan heeft dat nog niet gevolg dat de naheffingsaanslagen moeten worden vernietigd.
5.3
De Raad gaat met in op de overige klachten van belanghebbende, omdat de klachten, zelfs indien zij gegrond zijn en de Inspecteur daden van onbehoorlijk bestuur heeft verricht, niet kunnen leiden tot een vernietiging van de uitspraken op bezwaar en/of van de naheffingsaanslagen. Het beroep van belanghebbende op billijkheid en redelijkheid wijst de Raad af, reeds omdat deze begrippen uit het civiele recht net beslissend zijn bij de heffing van belastingen en evenmin de relatie tussen belastingplichtige en Inspecteur bepalen.
5.4
Artikel 29, eerste lid, van de ALL luidt — voor zover hier van belang
"1. Degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag (...), kan binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet (...) een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Inspecteur. (...)".
5.5
Gelet op het onder 1.1 opgenomen overzicht zijn de bezwaarschriften tegen de onderhavige
naheffingsaanslagen niet binnen de bezwaartermijn van artikel 29, eerste lid, van de ALL bij de Inspecteur is ingediend. Hiervan uitgaande heeft de Inspecteur, nu er naar het oordeel van de Raad geen gronden aanwezig zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten (belanghebbende heeft terzake niets gesteld), belanghebbende terecht niet-ontvankelijk verklaard.
5.6
Uit het hiervoor overwogene volgt dat de beroepen ongegrond zijn.

6.Beslissing

De Raad verklaart de beroepen ongegrond.
Aldus gedaan in raadkamer door mrs. M.T. Boerlage, C.W.M. van Ballegooijen en E.F. Faase in tegenwoordigheid van de secretaris mr. P. Isenia en uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.