Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
gemachtigde [A],
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
Geschil
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd over 2006 ter hoogte van Naf 20.702. Hiertegen werd bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk en handhaafde de aanslag ambtshalve. Belanghebbende ging in beroep tegen deze uitspraak.
Tijdens de procedure bleek dat tussen partijen een vaststellingsovereenkomst was gesloten waarin de belastbare winst over 2003-2006 op nihil werd gesteld en een totaalbedrag van Naf 290.932 aan belastingen en boetes werd overeengekomen, inclusief Naf 5.000 winstbelasting. De Inspecteur had de aanslag ambtshalve verminderd tot dit bedrag.
De Raad oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend omdat de Inspecteur de datum van oplegging niet aannemelijk had gemaakt en belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat zij op 3 november 2008 bericht ontving. De niet-ontvankelijkheidsverklaring werd vernietigd. Vervolgens werd geoordeeld dat belanghebbende gebonden was aan de vaststellingsovereenkomst en dat de naheffingsaanslag van Naf 5.000 terecht werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende is ontvankelijk verklaard en de naheffingsaanslag winstbelasting van Naf 5.000 wordt gehandhaafd.