ECLI:NL:ORBBACM:2011:9
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- M.T. Boerlage
- Th. Groeneveld
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Vrijheid van belastingheffing op dividenduitkeringen binnen Nederlandse Antillen en Aruba
Belanghebbende, een Arubaanse vennootschap, betaalde dividendbelasting over een interim-dividend uitgekeerd aan een Curaçaose holding. Zij maakte bezwaar tegen deze heffing, stellende dat de Ronde Tafel Conferentie van 1983 een vrij verkeer van kapitaal tussen de eilanden garandeert, waardoor Aruba geen dividendbelasting mag heffen op winstuitkeringen aan Curaçaose entiteiten.
De Inspecteur stelde dat de Samenwerkingsregeling Nederlandse Antillen en Aruba het kapitaalverkeer tussen Curaçao en Aruba als verkeer van buitenlands kapitaal beschouwt, waardoor Aruba beleidsvrijheid heeft om belasting te heffen. De Raad stelde vast dat de partijen tijdens de Conferentie weliswaar vrij verkeer van kapitaal overeenkwamen, maar dit niet betekent dat een partij haar belastingbevoegdheid op niet-discriminerende wijze niet mag uitoefenen.
De Raad concludeerde dat Aruba bevoegd is dividendbelasting te heffen over winstuitkeringen aan een Curaçaose vennootschap, en dat de Samenwerkingsregeling dit bevestigt. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de dividendbelastingheffing wordt ongegrond verklaard.