Uitspraak
zitting houdende in Aruba
gemachtigde [A],
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
De therapeuten krijgen aanwijzingen van belanghebbende met betrekking tot de verrichte werkzaamheden;
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg op 20 december 2007 naheffingsaanslagen opgelegd voor loonbelasting en premies over 2002. Na een boekenonderzoek stelde de Belastingdienst dat therapeuten in dienstbetrekking waren. Belanghebbende maakte bezwaar op 31 maart 2008 en herhaalde dit in mei 2009, maar de Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende kwam op 8 februari 2011 in beroep tegen de uitspraken op bezwaar, maar de Inspecteur stelde dat dit te laat was.
De Raad oordeelde dat het bezwaar van 31 maart 2008 wel tijdig was ingediend, omdat belanghebbende pas op 26 maart 2008 van de aanslagen op de hoogte was en de Inspecteur dit niet had weersproken. De brief van 31 maart 2008 moest als bezwaarschrift worden beschouwd. De Inspecteur had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Voor het beroep gold dat belanghebbende pas op 14 januari 2011 kennis had genomen van de uitspraken op bezwaar en daarom het beroep op 8 februari 2011 nog als tijdig moest worden aangemerkt. De Raad verklaarde de beroepen ontvankelijk en hield verdere beslissing aan voor nadere mondelinge behandeling.
De kern van het geschil betrof de vraag of de therapeuten in dienstbetrekking waren, hetgeen belanghebbende betwistte. De Raad beperkte zich in deze tussenbeschikking tot ontvankelijkheidskwesties en stelde vast dat de termijnoverschrijdingen verschoonbaar waren.
Uitkomst: De Raad verklaart het bezwaar en beroep ontvankelijk en houdt de verdere behandeling aan.