Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend tot vrijstelling van invoerrechten voor een motorvoertuig dat deel uitmaakt van zijn verhuisboedel. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de Raad van Beroep.
De feiten tonen dat belanghebbende zijn normale verblijfplaats in maart 2009 heeft verlegd van Nederland naar Aruba, waar hij zich ook inschreef in het bevolkingsregister. Hoewel hij kort daarna voor een werkstage van ongeveer negen maanden naar de Verenigde Staten vertrok en daar een auto kocht, werd dit verblijf niet als zijn normale verblijfplaats aangemerkt.
De Raad oordeelt dat de verhuisboedelvrijstelling niet van toepassing is op de ingevoerde auto, omdat deze niet ten minste zes maanden in de vroegere normale verblijfplaats is gebruikt, zoals vereist. Tevens is het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen, omdat de Inspecteur geen toezegging of impliciet standpunt heeft ingenomen dat het bezwaar zou worden toegewezen.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de vrijstelling van invoerrechten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de vrijstelling van invoerrechten voor de motorvoertuig wordt ongegrond verklaard.