Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende was in geschil met de Inspecteur over de aftrekbaarheid van een afkoopsom van partneralimentatie in zijn belastingaangifte over 2003. Hij had een eenmalige afkoopsom betaald ter vervanging van periodieke alimentatieverplichtingen uit een echtscheidingsconvenant. De Inspecteur weigerde deze afkoopsom in aftrek te nemen.
De Raad van Beroep onderzocht de relevante artikelen van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB 1943), met name artikel 16 lid 1 onderdeel Pro a en artikel 7, die de aftrekbaarheid van periodieke uitkeringen regelen. De Raad concludeerde dat een afkoopsom geen periodieke uitkering is en daardoor niet kan worden aangemerkt als een persoonlijke last die aftrekbaar is.
Belanghebbende voerde subsidiariteit aan op redelijke wetstoepassing, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, maar deze beroepen werden verworpen. Ook het argument dat de afkoopsom in meerdere termijnen werd betaald en daardoor als periodiek zou gelden, werd afgewezen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van een expliciete aftrekbepaling voor afkoopsommen in de LIB 1943 beslissend was, in tegenstelling tot de Nederlandse Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de weigering van aftrek van de afkoopsom als persoonlijke last.
Uitkomst: De afkoopsom van partneralimentatie is niet aftrekbaar als persoonlijke last in de belastingaanslag 2003.