Uitspraak
zitting houdende in Aruba
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft verschillende soorten nectars ingevoerd en daarbij de goederencode 20.09 gebruikt, die betrekking heeft op ongegiste vruchtensappen. De Inspecteur stelde na controle dat de juiste code 22.02 is, die geldt voor waterhoudende, gearomatiseerde dranken met toegevoegde zoetstoffen. Hierdoor werd minder invoerrecht betaald dan verschuldigd.
Belanghebbende kwam tijdig in bezwaar en beroep tegen de navorderingen, stellende dat zij mocht vertrouwen op de door de douane jarenlang geaccepteerde code en dat navordering in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Tevens werd aangevoerd dat een onbevoegde ambtenaar de navordering had vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de nectarproducten door het water en toegevoegde zoetstoffen niet onder tariefpost 20.09 vallen maar onder 22.02. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat de wet navordering toestaat en de douane controle achteraf mag uitvoeren. De navordering door de Inspecteur was bevoegd en rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om kostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navordering van invoerrechten wordt ongegrond verklaard.