Uitspraak
zitting houdende in Aruba
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
.
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een bouwbedrijf opgericht in 1999, kreeg naheffingsaanslagen loonbelasting opgelegd voor de jaren 1999 tot en met 2001 vanwege werkzaamheden van onderaannemers. Belanghebbende betwistte dat er sprake was van dienstbetrekking en stelde alleen met zelfstandige onderaannemers te hebben gewerkt.
De Inspecteur handhaafde de aanslagen en stelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd dat de onderaannemers zelfstandige ondernemers waren. Volgens de Inspecteur had belanghebbende een verklaring fiscaal gedrag moeten overleggen. De Raad stelde vast dat deze verklaring in de betreffende jaren nog niet bestond en dat de Inspecteur niet met concrete feiten aannemelijk had gemaakt dat sprake was van dienstbetrekking.
De Raad concludeerde dat de naheffingsaanslagen ten onrechte waren opgelegd en verklaarde het beroep gegrond. De aanslagen en de daarop gebaseerde beschikkingen werden vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen loonbelasting over 1999-2001 worden vernietigd.