Uitspraak
zitting houdende in Aruba
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende is bestuurder en grootaandeelhouder van een NV die een bouwbedrijf exploiteerde. Voor de jaren 1998 tot en met 2001 zijn aan hem aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing opgelegd, waarbij management fees die de NV aan belanghebbende betaalde niet waren aangegeven door belanghebbende. De Inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk en handhaafde de aanslagen.
Belanghebbende kwam in beroep bij de Raad van Beroep en stelde dat de aanslagen te laat waren opgelegd en dat hij sinds 2001 in overleg was met de Inspecteur. De Raad stelde vast dat belanghebbende tijdig bezwaar had gemaakt voor de jaren 1999 tot en met 2001, maar niet voor 1998. Ook was niet aannemelijk dat belanghebbende correct was geïnformeerd over rechtsmiddelen tegen uitspraken op bezwaar, waardoor hij in zijn beroepen werd ontvangen.
De Inspecteur gaf toe dat de aanslagen voor 2000 en 2001 niet binnen de wettelijke termijn van vijf jaar waren opgelegd, waardoor deze vernietigd moesten worden. De aanslagen voor 1999 waren wel tijdig opgelegd en werden gehandhaafd. Het beroep voor 1998 werd ongegrond verklaard. De Raad vernietigde de niet-ontvankelijkheidsverklaringen voor 1999-2001 en oordeelde ontvankelijkheid van belanghebbende in zijn beroepen.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing voor 2000 en 2001 zijn vernietigd wegens termijnoverschrijding, de aanslagen voor 1998 en 1999 worden gehandhaafd.