Uitspraak
zitting houdende op Curaçao
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
eenvan de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
3.Geschil
De standpunten van partijen
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg een aanslag premie AVBZ opgelegd over 2009, waartegen zij bezwaar maakte. De Inspecteur stelde het premie-inkomen bij, waarna belanghebbende in beroep ging bij de Raad van Beroep.
Belanghebbende ondersteunde haar moeder en zuster financieel omdat beiden niet in staat waren zelf in hun levensonderhoud te voorzien. De moeder had een laag pensioen en gezondheidsproblemen, de zuster ontving een studiebeurs. De Inspecteur betwistte de aftrek wegens gebrek aan betalingsbewijzen en stelde dat de echtgenoot van de moeder financieel had kunnen bijdragen.
De Raad hechtte geloof aan de verklaringen van belanghebbende en oordeelde dat de moeder en zuster niet in staat waren inkomsten te verwerven. Omdat de echtgenoot niet bijdroeg, werd dit niet in mindering gebracht. De Raad vernietigde de beschikking en verminderde de aanslag tot een premie-inkomen van NAf. 39.511,00, met aftrek van NAf. 2.030,00 aan buitengewone lasten.
Uitkomst: De aanslag premie AVBZ wordt verminderd tot een premie-inkomen van NAf. 39.511,00 wegens aftrek van buitengewone lasten voor ondersteuning moeder en zuster.