Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.De standpunten van partijen
5.Beoordeling van het geschil
in bezit en in gebruik was van de belanghebbende, waarbij:
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend voor vrijstelling van invoerrechten voor een personenauto die zij in de Verenigde Staten heeft gekocht. De auto werd op 18 september 2010 naar Curaçao verscheept. De Directeur van de Douane weigerde de vrijstelling omdat de auto niet minimaal een jaar onafgebroken in bezit en gebruik was geweest bij belanghebbende of haar gezin voorafgaand aan de inscheping.
Belanghebbende stelde primair dat de auto ten minste een jaar onafgebroken in bezit en gebruik was geweest bij haar en haar gezin en subsidiair dat bijzondere omstandigheden een kortere termijn rechtvaardigen. De Directeur betwistte dit en stelde dat de auto niet aan de termijnvereiste voldeed en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
De Raad stelde vast dat de auto op 24 augustus 2009 werd gekocht en dat de verzekering vanaf die datum liep, wat wijst op gebruik vanaf die datum. Hoewel belanghebbende vanaf 29 juli 2010 weer in Curaçao woonde, bleef haar echtgenoot de auto in de Verenigde Staten gebruiken tot 24 augustus 2010. De Raad rekent dit gebruik toe aan belanghebbende, conform het standpunt van de Douane.
De Raad concludeerde dat aan de eis van minimaal een jaar gebruik voorafgaand aan de inscheping op 18 september 2010 is voldaan. Het beroep van belanghebbende is gegrond verklaard, de eerdere beschikking vernietigd en de vrijstelling van invoerrechten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de vrijstelling van invoerrechten voor de personenauto wordt toegekend.