Uitspraak
de Inspecteur.
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een NV gevestigd in Aruba die opslagdiensten verleent, betaalde op grond van een managementovereenkomst bedragen aan haar Nederlandse aandeelhouder Q B.V. voor werkzaamheden die deze zou verrichten. De Inspecteur weigerde de aftrek van deze managementvergoeding over 2005 omdat niet aannemelijk was gemaakt dat Q B.V. de overeengekomen werkzaamheden daadwerkelijk had verricht.
Belanghebbende stelde dat Q B.V. onder meer adviezen gaf over opslag, inkoop van dossierstellingen en het aansturen van de directeur. Ter onderbouwing werden globale overzichten, een beëdigde verklaring, telefoonrekeningen en een urenregistratie over enkele weken in 2013 overgelegd. De Raad vond deze stukken onvoldoende bewijs voor werkzaamheden in 2005, mede omdat de directeur van belanghebbende zelf deskundig was en de werkzaamheden niet noodzakelijk leken.
De Raad concludeerde dat de managementovereenkomst en de betalingen niet op een zakelijke grond berustten en verwierp het beroep. De aanslag werd gehandhaafd en de aftrek van de managementvergoeding geweigerd.
De beslissing werd genomen door de Raad van Beroep voor Belastingzaken op 2 juni 2014.
Uitkomst: De aftrek van de managementvergoeding werd geweigerd en de aanslag gehandhaafd.