Uitspraak
zitting houdende in Sint Maarten
gemachtigde [A],
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
eenvan de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
3.Geschil
De standpunten van partijen
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, aangemerkt als ex-patriate, maakte in 2009 en 2010 jaarlijks NAf. 20.000 aan onderwijskosten voor haar twee kinderen, zonder dat haar werkgever deze kosten vergoedde. Zij vorderde aftrek van deze kosten op grond van het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar de Beschikking ex-patriates 1998 die onbelaste vergoeding van dergelijke kosten door de werkgever mogelijk maakt.
De Inspecteur wees dit af omdat de Beschikking geen basis biedt voor aftrek zonder daadwerkelijke vergoeding. De Raad van Beroep bevestigde dit standpunt en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd gesteld dat de regeling bedoeld is om buitenlandse werknemers te faciliteren door onbelaste vergoeding van kosten door de werkgever.
De Raad benadrukte dat zonder vergoeding door de werkgever het uitgangspunt vervalt dat de kosten in verband met de dienstbetrekking zijn gemaakt. De fiscale tegemoetkoming is doelmatig beperkt tot situaties met vergoeding. Het gelijkheidsbeginsel leidt niet tot een ander oordeel. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting worden ongegrond verklaard.