Uitspraak
zitting houdende in Curaçao
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
Geschil
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende is aangeslagen voor grondbelasting over de jaren 2002 tot en met 2005 voor een perceel te Curaçao. Na bezwaar en verminderingen is belanghebbende in beroep gekomen tegen de aanslagen over 2002-2004, stellende dat deze te laat zijn opgelegd of verjaard.
De Raad van Beroep heeft vastgesteld dat de aanslagen in 2006 zijn vastgesteld, binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het einde van het belastingjaar. De ontvangst van de aanslagen door belanghebbende in 2010 beïnvloedt niet de datum van vaststelling, die wordt bepaald door registratie in het systeem van de Belastingdienst.
De vraag of de invordering is verjaard is een civielrechtelijke kwestie waar de Raad niet over gaat. Gezien de tijdige vaststelling verklaart de Raad het beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen grondbelasting over 2002-2004 wordt ongegrond verklaard omdat de aanslagen tijdig zijn vastgesteld.