ECLI:NL:ORBBACM:2015:23

Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
31 augustus 2015
Publicatiedatum
7 september 2015
Zaaknummer
2012/59652
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16A lid 1 LIBArt. 8 EVRMArt. 17 IVBPRArt. 39 lid 1 onder b Algemene Landsverordening Landsbelastingen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aftrekbaarheid adoptiekosten als buitengewone last volgens Landsverordening op de inkomstenbelasting

Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2010 adoptiekosten en reis- en verblijfskosten rondom de adoptie van een kind uit de Verenigde Staten als buitengewone last in aftrek gebracht. De Inspecteur heeft deze aftrek geweigerd omdat adoptiekosten niet onder de limitatieve opsomming van aftrekbare kosten in artikel 16A van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB) vallen.

Belanghebbende voerde aan dat adoptiekosten gezien moeten worden als uitgaven ter zake van ziekte of bevalling, mede omdat bij zijn echtgenote infertiliteit als ziekte was vastgesteld, en dat het niet aftrekken hiervan een schending van het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro en artikel 17 IVBPR Pro oplevert. Tevens deed hij een beroep op de hardheidsclausule.

De Raad overweegt dat adoptiekosten niet als uitgaven ter zake van ziekte of bevalling kunnen worden beschouwd, mede gelet op de Nederlandse jurisprudentie en wetgeving die adoptiekosten apart als aftrekbare kosten aanmerkt. Het EHRM-arrest dat belanghebbende aanhaalde bevestigt dat belastingwetgevers een ruime beoordelingsmarge hebben. De Raad concludeert dat de Curaçaose belastingwetgever die marge niet heeft overschreden door adoptiekosten niet aftrekbaar te stellen. Het beroep op de hardheidsclausule kan niet door de Raad worden beoordeeld.

De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de aftrek van adoptiekosten als buitengewone last.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek van adoptiekosten als buitengewone last wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Beschikking d.d. 31 augustus 2015, nr. 2012/59652
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende op Curaçao
inzake:
X te Curaçao, belanghebbende,
tegen
de Inspecteur der Belastingen op Curaçao, de Inspecteur.

1.Het procesverloop

1.1
Aan belanghebbende is op 20 januari 2012 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar 2010 naar een belastbaar inkomen van Naf 159.739.
1.2
Belanghebbende is op 19 maart 2012 in bezwaar gekomen tegen de aanslag. Bij uitspraak van 12 oktober 2012 heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd.
1.3
Belanghebbende is op 11 december 2012 tegen deze uitspraak in beroep gekomen. Hij heeft het beroep op 12 maart 2015 aangevuld.
1.4.
De Inspecteur heeft op 12 maart 2015 een vertoogschrift ingediend.
1.5
Ter zitting van 17 maart 2015 te Willemstad zijn verschenen belanghebbende en namens de Inspecteur [A], [B] en [C].

2.De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
2.1
Belanghebbende, geboren op […] te Curaçao, is gehuwd met Y, geboren op […] in (Europees) Nederland. In het jaar 2010 hebben belanghebbende en zijn echtgenote via [Z] een kind uit de Verenigde Staten geadopteerd. Belanghebbende en zijn echtgenote zijn bij de bevalling op […] in Miami aanwezig geweest. Belanghebbendes zoon is sinds 19 december 2010 onafgebroken bij belanghebbende en zijn echtgenote geweest; vanaf die datum hebben zij de ‘physical custody’ over hun zoon. Op 13 januari 2011 is het gezin terug naar Curaçao gereisd. Belanghebbendes zoon kwalificeert voor de wet (Burgerlijk Wetboek) als wettig kind van belanghebbende en zijn echtgenote.
2.2
Belanghebbende heeft ter zake van de adoptie een bedrag van US$ 30.000 (Naf. 53.400) betaald. Voorts hebben zijn echtgenote en hij aan reis- en verblijfkosten rondom de adoptie in 2010 een bedrag van Naf. 9.160 uitgegeven.
2.3
In zijn aangifte voor het onderhavige jaar heeft belanghebbende de adoptiekosten ad Naf. 62.561 als buitengewone last in aftrek op zijn belastbaar inkomen gebracht. Het aangegeven belastbaar inkomen bedroeg Naf. 108.841.

3.Geschil

Tussen partijen is in geschil de aftrekbaarheid van de door belanghebbende betaalde adoptiekosten.

4.De standpunten van partijen

4.1
Belanghebbende heeft gesteld dat hij de adoptiekosten heeft betaald en dat het daarom redelijk is dat deze ingevolge artikel 16A lid 1 van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB) op zijn belastbare inkomen in mindering worden gebracht. Subsidiair doet belanghebbende een beroep op artikel 8 van Pro het EVRM (recht op eerbiediging van het gezinsleven). Meer subsidiair wenst belanghebbende een beroep te doen op toepassing van de hardheidsclausule.
4.2
De Inspecteur acht de adoptiekosten niet ingevolge artikel 16A (of enig ander artikel) van de LIB aftrekbaar. Artikel 16A LIB bevat volgens hem een limitatieve opsomming van de kosten die voor aftrek als buitengewone lasten in aanmerking komen. Adoptiekosten vallen daar niet onder.
4.3
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

5.Beoordeling van het geschil

5.1
Belanghebbende heeft gesteld dat de begrippen ziekte en invaliditeit in de zin van artikel 16A lid 1 LIB niet beperkt dienen te worden opgevat en dat adoptiekosten daaronder dienen te worden begrepen. Het is de bedoeling van de wetgever dat deze bijzondere kosten onder de aftrekbare buitengewone lasten vallen. Daar komt bij dat infertiliteit, zoals bij zijn echtgenote vastgesteld, in de medische wereld als een ziekte wordt aangemerkt. Een en ander tezamen bezien zou moeten leiden tot aftrek van de door hem gemaakte kosten, aldus belanghebbende.
5.2
De Raad overweegt als volgt. Artikel 16A, lid 1 onder a, LIB bepaalt, voor zover van belang, dat aftrekbaar zijn als buitengewone lasten uitgaven ter zake van ziekte en bevalling van de belastingplichtige of diens echtgenoot. Uitgaven ter zake van adoptie kunnen echter, zowel naar het spraakgebruik als op grond van de jurisprudentie, niet als zodanige lasten worden beschouwd. Dat in Nederland sinds 1971 bepaalde elementen van adoptiekosten voor de heffing van inkomsten-belasting als buitengewone last kwalificeerden, zoals belanghebbende heeft betoogd, doet daaraan niet af. Integendeel, de omstandigheid dat indertijd in de Nederlandse Wet op de inkomstenbelasting 1964 adoptiekosten, naast aftrekbare ziektekosten etc., separaat als aftrekbare kosten werden aangewezen (per 1 januari 1971, in artikel 46, lid 1, onder b), bevestigt naar het oordeel van de Raad veeleer dat die kosten niet onder artikel 16A LIB kunnen worden gebracht.
5.3
Subsidiair heeft belanghebbende gesteld dat Curaçao ten onrechte heeft verzaakt een fiscale begeleiding van adoptie in zijn inkomstenbelastingwetgeving te incorporeren. Dit verzuim vormt volgens belanghebbende een inbreuk op het recht op eerbiediging van het privé leven en het familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM en artikel 17 IVBPR Pro. Artikel 16A LIB maakt in zoverre een ongeoorloofd onderscheid tussen de aftrek van uitgaven ter verkrijging van wettige kinderen in de situatie van, enerzijds, bevalling en, anderzijds, adoptie, terwijl beide situaties een identiek doel en gevolg met zich brengen. Belanghebbende verwijst in dit verband naar het arrest van het EHRM van 29 april 2008, ECLI:NL:XX:2008:BD3989, NJ 2008, 306 (
Burden en Burden). De belemmering van artikel 16A LIB is volgens belanghebbende disproportioneel.
5.4
De Raad volgt belanghebbende niet in zijn standpunt. Het EHRM heeft in het genoemde arrest (evenals in zijn overige jurisprudentie) beslist dat het de lidstaten weliswaar vrij staat in hun belastingwetgeving bepaalde gewenste fiscale faciliteiten op te nemen, doch het heeft evenzeer geoordeeld dat de beslissende vraag te dezen is of, met de feitelijk gemaakte keuze om zulks niet te doen en derhalve voor fiscale doeleinden een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen, de aanvaardbare ‘margin of appreciation’ is overschreden. Bij de hiervoor bedoelde keuze komt de fiscale wetgever een ruime beoordelingsmarge toe, aldus het EHRM. Naar het oordeel van de Raad heeft de Curaçaose belastingwetgever, door adoptiekosten anders dan kosten ter zake van bevalling of ziekte, niet aftrekbaar te stellen, die ruime beoordelingsmarge niet overschreden. Ook op dit punt faalt daarom het standpunt van belanghebbende.
5.5
Meer subsidiair wenst belanghebbende een beroep te doen op toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 39, lid 1, onder b, van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen. De Raad is echter niet bevoegd om een dergelijk beroep te beoordelen of toe te wijzen. Belanghebbende dient zich te dezen tot de Minister van Financiën te wenden.
5.6
Op grond van het vorenstaande heeft de Inspecteur de door belanghebbende gevraagde buitengewonelastenaftrek voor de adoptiekosten terecht geweigerd. Hieruit volgt dat het beroep ongegrond is.

6.Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan door mrs. S. Verheijen, G.J. van Muijen en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de secretaris en uitgesproken op 31 augustus 2015.