ECLI:NL:ORBBACM:2015:35

Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
4 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
2014/67665 en 2014/67666
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 lid 2 ALLArt. 31 ALL
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugwijzing naar inspecteur voor uitspraak op bezwaar bij niet tijdige beslissing

Belanghebbende, gevestigd te Sint Maarten, kreeg naheffingsaanslagen loonbelasting over 2010 en 2011 opgelegd, met boetes. Tegen deze aanslagen werd tijdig bezwaar gemaakt, maar de inspecteur deed geen uitspraak op bezwaar. Belanghebbende kwam vervolgens in beroep tegen deze fictieve weigering.

De Raad van Beroep stelt vast dat op grond van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (ALL) het niet tijdig doen van een uitspraak gelijkstaat aan een weigering, waartegen beroep mogelijk is. Hoewel een bepaling die terugwijzing mogelijk maakte in 2006 uit de wet is verwijderd, acht de Raad het de bedoeling van de wetgever dat de inspecteur alsnog uitspraak doet.

De Raad verklaart het beroep ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de inspecteur met de opdracht binnen zes maanden uitspraak te doen op de bezwaren. Hiermee wordt de bezwaarfase alsnog afgerond.

Uitkomst: De zaak wordt teruggeworpen naar de inspecteur die binnen zes maanden uitspraak op bezwaar moet doen.

Uitspraak

Beschikking d.d. 4 december 2015, nrs. 2014/67665 en 2014/67666
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Sint Maarten,
inzake:
X N.V., gevestigd te Sint Maarten, belanghebbende,
tegen
de Inspecteur der Belastingen

1.Het procesverloop

1.1
Aan belanghebbende zijn op 10 juni 2013 naheffingsaanslagen loonbelasting over de jaren 2010 en 2011 opgelegd en tevens bij gelijktijdige beschikkingen boetes vastgesteld.
1.2
Belanghebbende is op 26 juni 2013 tijdig in bezwaar gekomen tegen bovengenoemde naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen. De inspecteur heeft geen uitspraken op bezwaar gedaan.
1.3
Belanghebbende is op 27 maart 2014 in beroep gekomen tegen de fictieve weigeringen tot het doen van uitspraken op bezwaar.
1.4
De Inspecteur heeft vertoogschriften ingediend.
1.5
Ter zitting van 22 september 2015 te Sint Maarten zijn namens de Inspecteur verschenen A en B. Namens belanghebbende zijn verschenen de directeur C van belanghebbende en als gemachtigde D, vergezeld van E, beiden verbonden aan PwC Sint Maarten.

2.Overwegingen aangaande het beroep

2.1
Ingevolge artikel 30, lid 2 van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen (verder: ALL), wordt met een uitspraak gelijk gesteld het weigeren dan wel niet tijdig doen van de uitspraak. Een uitspraak wordt geacht niet tijdig te zijn gedaan indien de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een uitspraak heeft gedaan.
2.2
Ingevolge artikel 31 ALL Pro kan belanghebbende in het geval zich een omstandigheid voordoet als in artikel 30, tweede lid ALL in beroep komen binnen twaalf maanden gerekend vanaf het tijdstip waarop negen maanden zijn verlopen na het tijdstip waarop het bezwaarschrift door de inspecteur is ontvangen. De bezwaarschriften zijn op 26 juni 2013 door de inspecteur ontvangen. Dat betekent dat belanghebbende vanaf 27 maart 2014 rechtsgeldig in beroep kan komen tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar. Nu er geen uitspraken op bezwaar zijn gedaan en de beroepschriften op 27 maart 2014 zijn ingediend is belanghebbende tijdig in beroep gekomen tegen de fictieve weigering van de Inspecteur tot het doen van uitspraken op bezwaar. De Raad acht het beroep dan ook ontvankelijk.
2.3
Tot en met 2006 was in artikel 31, lid 2 ALL geregeld dat indien het beroep was gericht tegen het niet tijdig doen van een uitspraak door de Inspecteur, de Raad de Inspecteur kon verzoeken alsnog uitspraak op bezwaar te doen. Deze bepaling is bij Landsverordening van 11 december 2006 (PB 2006, no. 98) verwijderd. Blijkens de bijbehorende Memorie van Toelichting was de reden hiervoor dat de bepaling ondergebracht behoorde te worden in Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940. Dat is echter verzuimd. De Raad leidt uit deze gang van zaken af dat het steeds de bedoeling van de wetgever is geweest om de betreffende bepaling van toepassing te achten. De Raad is van oordeel dat de bezwaarfase tot op heden onvoldoende is afgerond. Ze zal dan ook overeenkomstig de bedoeling van de wetgever beslissen dat de inspecteur alsnog uitspraken op bezwaar zal doen en stelt daarvoor een termijn vast van zes maanden na dagtekening van deze uitspraak.

3.Beslissing

De Raad:
-wijst de zaken terug naar de Inspecteur;
-bepaalt dat de inspecteur binnen zes maanden na dagtekening van deze uitspraak op de bezwaren beschikt.
Aldus gedaan door mrs. S. Verheijen, M. de Werd en A. Beukers-van Dooren in tegenwoordigheid van de secretaris M. Faro MSc en uitgesproken op 4 december 2015.
De griffier, Bij afwezigheid van de voorzitter tekent de rechter mr. drs. M. de Werd,