Uitspraak
zitting houdende in Curaçao,
gemachtigde [A],
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
eenvan de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, gevestigd te Willemstad, stelde personeel, computers, inventaris en ruimte ter beschikking aan met haar verbonden vennootschappen. Over deze diensten en doorberekende kosten werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd, vermeerderd met een boete wegens grove schuld.
Belanghebbende voerde aan dat zij en haar verbonden vennootschappen een offshore status hebben en dat de diensten uitsluitend voor het buitenland worden verricht, waardoor geen omzetbelasting verschuldigd zou zijn. Tevens stelde zij dat de doorberekende kosten kosten voor gemene rekening betreffen.
De Inspecteur stelde dat de activiteiten binnenlands zijn omdat zowel belanghebbende als de afnemers op Curaçao gevestigd zijn en dat de doorberekende kosten niet als kosten voor gemene rekening kunnen worden aangemerkt vanwege het ontbreken van een verdeelsleutel.
De Raad oordeelde dat ondanks de offshore status, de feitelijke situatie neerkomt op binnenlandse dienstverlening tussen op Curaçao gevestigde vennootschappen. De verlegging van de plaats van dienst is daarom niet van toepassing. Ook de doorberekende kosten zijn niet op basis van een vooraf overeengekomen verdeelsleutel verdeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief boete gehandhaafd.