Uitspraak
zitting houdende in Curaçao,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, ondernemer in de zin van de Landsverordening omzetbelasting 1999 (LVOB), heeft een naheffingsaanslag opgelegd gekregen wegens het aftrekken van bij invoer betaalde omzetbelasting zonder geldige beschikking. De oorspronkelijke beschikking was verleend voor drie jaar en daarna niet tijdig verlengd. Belanghebbende vroeg later een nieuwe beschikking met terugwerkende kracht, wat door de Inspecteur werd geweigerd.
In het geschil staat centraal of het aftrekrecht met terugwerkende kracht kan worden toegekend. De Raad stelt vast dat de LVOB geen mogelijkheid biedt voor een beschikking met terugwerkende kracht en dat het ontbreken van een geldige beschikking betekent dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Ook de opgelegde verzuimboete is volgens de Raad terecht, omdat belanghebbende nalatig was in het tijdig aanvragen van een nieuwe beschikking.
De Raad oordeelt dat het beroepschrift mede moet worden aangemerkt als bezwaar tegen de beschikking zonder terugwerkende kracht, maar dat dit beroep ongegrond is. De uitspraak bevestigt dat aftrek van bij invoer betaalde omzetbelasting alleen mogelijk is met een geldige beschikking en niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden gehandhaafd.