Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
- de kosten van reizen naar en verblijf in Nederland door het echtpaar X voor zover niet door facturen zijn gedekt;
- De representatiekosten voor zover zij bestonden uit diners van het echtpaar X bij een restaurant dat tevens klant was van belanghebbende;
- De post “kantinekosten” voor zover daarin kosten waren opgenomen van diners van het echtpaar X voorafgaand aan het bridgen. De correctie is 65% van de totale kantinekosten.
3.Geschil
4.De standpunten van partijen
- dat de kosten voor reizen naar en verblijf in Nederland steeds zakelijk waren en verband hielden met inkopen bij D in Nederland en andere Europese leveranciers, onder meer in Duitsland, dat zij bij het onderzoek een verklaring heeft overgelegd van een Duitse autoverhuurder over de kosten die het echtpaar X pleegde te maken en dat de kosten tot tenminste het bedrag van daggeldvergoedingen voor ambtenaren geaccepteerd zouden moeten worden.
- dat het echtpaar weliswaar vaak uit eten ging in hetzelfde restaurant maar dat dat zakelijke etentjes waren, net zoals dat gebruikelijk is tussen niet gehuwde zakenpartners;
- dat het wekelijks eten voor de bridge noodzakelijk was omdat men anders niet tijdig op de bridgebijeenkomst kon zijn en niet als ondernemer kon functioneren;
- dat het rentepercentage van 6% veel te hoog is en uitgegaan moet worden van de rente die vergoed zou worden op een spaarrekening van 2%, eventueel met een opslag van 1%.