Uitspraak
zitting houdende in Sint Maarten,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg aanslagen inkomstenbelasting opgelegd voor de jaren 2007 en 2008, waarbij de Inspecteur uitging van een belastbaar inkomen respectievelijk geschat op NAf 131.575 en NAf 100.000. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen de handhaving van deze aanslagen.
Belanghebbende stelde dat hij in genoemde jaren leefde van liquide middelen die hij in 2003 en 2005 had verkregen uit de verkoop van een huis en een stuk land. De Inspecteur vroeg om bewijsstukken zoals bankafschriften en documenten over hypothecaire leningen, die belanghebbende niet overlegde. Hierdoor rustte op belanghebbende de bewijslast om aannemelijk te maken dat hij geen inkomsten genoot.
De Raad oordeelde dat belanghebbende met de verklaring over de liquide middelen en het ontbreken van tegenbewijs van de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in de jaren 2007 en 2008 geen inkomsten genoot. De aanslagen werden daarom vernietigd en het belastbaar inkomen vastgesteld op nihil.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting 2007 en 2008 worden vernietigd en het belastbaar inkomen vastgesteld op nihil.