Uitspraak
zitting houdende op Bonaire
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende was eigenaar van een perceel met een onafgebouwd woonhuis dat voor circa 70% gereed was op 1 januari 2011. De waarde van de onroerende zaak werd aanvankelijk vastgesteld op US$ 456.000, maar na bezwaar verlaagd naar US$ 204.000. Tegen de aanslagen vastgoedbelasting voor 2011 en 2012 kwam belanghebbende in bezwaar en beroep.
Belanghebbende stelde dat hij geen vastgoedbelasting verschuldigd was omdat hij geen inkomsten uit verhuur genoot en het woonhuis niet gereed was voor bewoning. De Inspecteur stelde dat de belastingplicht voortvloeit uit het genot van de onroerende zaak, ongeacht daadwerkelijke inkomsten.
De Raad voor de Beroep voor Belastingzaken oordeelde dat de voordelen uit een onroerende zaak forfaitair worden vastgesteld op 4% van de waarde, conform artikel 4.10 van de Belastingwet BES. Het ontbreken van daadwerkelijke voordelen doet hieraan niet af. De aanslagen vastgoedbelasting zijn daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen vastgoedbelasting wordt ongegrond verklaard.