ECLI:NL:ORBBNAA:1985:BS1124

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
12 december 1985
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1985-013
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.G.A. Molenaar
  • H. Warnink
  • A.P.M. Houtman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943HR 5 oktober 1952 B9286HR november 1977 BNB 1978/7
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen aftrek autokosten woon-werkverkeer als verwervingskosten op Curaçao

Belanghebbende stelde bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting over 1981, omdat de door hem gemaakte autokosten voor woon-werkverkeer ter hoogte van f. 6.160,- niet in aanmerking waren genomen als aftrekbare kosten. Hij verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin dergelijke kosten als noodzakelijk werden beschouwd voor de dienstbetrekking.

De Inspecteur verwierp dit standpunt en stelde dat het houden van een auto op Curaçao tot het persoonlijke levenspatroon behoort en niet noodzakelijk is voor de dienstbetrekking. De Raad van Beroep overwoog dat de aanschaf van een auto niet als noodzakelijke kosten van verwerving kan worden aangemerkt, ook niet indien de afstand tussen woning en werk meer dan 10 km bedraagt.

Belanghebbende had weliswaar aangevoerd dat hij gedwongen was verder van zijn werk te wonen vanwege het ontbreken van betaalbare woningen in de omgeving, maar deze stelling was onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de beschikking van de Inspecteur en wees het beroep af.

Uitkomst: De Raad bevestigt dat autokosten woon-werkverkeer niet als aftrekbare kosten van verwerving gelden en wijst het beroep af.

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP
12 december 1985
1985-013
Gezien het op 21 maart 1985 bij de Secretaris van de Raad ingekomen beroepschrift van B, wonende <> op Curaçao, gemachtigde, blijkens schriftelijke volmacht: D, gericht tegen de ongedateerde beschikking van de Inspecteur der Belastingen op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan het over het jaar 1981 opgelegde aanslag in de Inkomstenbelasting, ertoe strekkende, naar Wij belanghebbende begrijpen, de vorenbedoelde beschikking van de Inspecteur te vernietigen en de aanslag vast te stellen op basis van een zuiver inkomen van belanghebbende over het jaar 1981 van f. 39.832,-;
Gezien het vertoogschrift van de Inspecteur;
Gezien de overige stukken;
Gelet op het verhandelde ter zitting van de Raad van 24 september 1985, alwaar aanwezig waren de gemachtigde va belanghebbende alsmede de Inspecteur;
OVERWEGENDE:
Nu de onderwerpelijke beschikking van de Inspecteur niet van een dagtekening is voorzien, gaat de Raad er van uit, dat belanghebbende tijdig in beroep is gekomen, zodat hij daarin kan worden ontvangen.
De grief van belanghebbende tegen de door de Inspecteur bij zijn onderwerpelijke beschikking genomen beslissing is, dat geen rekening is gehouden met de in het onderhavige jaar door belanghebbende gemaakte kosten woon-werk verkeer ten bedrage van f. 6.160,-.
Ter ondersteuning van zijn grief voert belanghebbende onder verwijzing naar een aantal arresten van de Hoge Raad ( HR 5 oktober 1952 B9286 en HR november 1977, BNB 1978/7) aan, dat de door hem gemaakte autokosten woon-werk verkeer zijn te beschouwen als kosten welke met uitschakeling van alle persoonlijke omstandigheden door ieder uit hoofde van zijn dienstbetrekking moeten worden gemaakt.
Daarbij merkt belanghebbende op, dat de uitspraak van de Raad 10/84 in deze niet van toepassing is omdat:
1. het inkomen van belanghebbende aanzienlijk ..ger was dan dat van betrokkene in vorenbedoelde zaak.
2. de kosten beduidend hoger liggen.
3. de afstand woning-werk aanzienlijk meer bedraagt dan 10 km.
De Inspecteur heeft de stellingen van belanghebbende bestreden als weergegeven in zijn verweerschrift.
Naar het oordeel van de Raad dien het standpunt van belanghebbende te worden verworpen.
Op de Nederlandse Antillen en meer in het bijzonder op Curaçao behoort in het algemeen het houden van een auto tot het persoonlijk levenspatroon van de gemiddelde belastingplichtige, zodat de aanschaf van een (eerste of tweede) auto niet is te beschouwen als noodzakelijk voor een behoorlijke vervulling van zijn dienstbetrekking als door belanghebbende gesteld, weshalve kosten als de onderhavige dienen te worden gerekend tot de normale, aan het leven van de belastingplichtigen als belanghebbende, verbonden vervoerskosten welke niet kunnen worden aangemerkt als kosten van verwerving in de zin van artikel 9 van Pro de Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943 (P.B. 1956 no. 9) als gewijzigd, zelfs indien belanghebbende op een afstand van meer dan 10 km. van zijn werk woonachtig is, nu belanghebbende weliswaar gesteld heeft, dat hij gedwongen was op een grotere afstand van zijn werk te gaan wonen, omdat belanghebbende in de omgeving van zijn werk geen (betaalbare) woning kon vinden, doch deze blote stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd.
BESCHIKKEND:
Bevestigt de beschikking, waarvan beroep.
mrs. J.G.A. Molenaar, H. Warnink en A.P.M. Houtman