ECLI:NL:ORBBNAA:1986:BS1731
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling invoerrechten voor autoverhuurbedrijf
Belanghebbende, een autoverhuurbedrijf op Curaçao, verzocht om vrijstelling van invoerrechten op ingevoerde automobielen op grond van artikel 128 lid 1 sub Pro 6 onder h van de Algemene Verordening I.U. & D. 1908. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat de vrijstelling volgens hem uitsluitend geldt voor taxi- en autobusexploitanten die een exploitatievergunning kunnen overleggen.
Belanghebbende stelde dat voor autoverhuurbedrijven geen vergunning vereist is en dat zij daarom ook recht heeft op de vrijstelling. Tevens voerde zij aan dat de Inspecteur met twee maten meet omdat een andere vennootschap met een soortgelijk bedrijf wel vrijstelling kreeg. De Inspecteur betoogde dat de vrijstelling niet geldt voor autoverhuurbedrijven die voertuigen tegen borg en voor bepaalde tijd verhuren, omdat de regeling bedoeld is voor voertuigen die steeds opengesteld zijn voor iedereen, zoals taxi's en A.C.-bussen.
De Raad overwoog dat de tekst van artikel 128 lid 1 sub Pro 6 onder h ruimte lijkt te bieden voor de interpretatie van belanghebbende, maar dat de strekking van de bepaling, zoals blijkt uit de memorie van toelichting, duidelijk is gericht op het vrijstellen van taxi- en buschauffeurs. De Raad achtte de beweringen over verkeerde inlichtingen door ambtenaren niet doorslaggevend en concludeerde dat autoverhuurbedrijven niet onder de vrijstelling vallen.
Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en werd de beschikking van de Inspecteur gehandhaafd. De Raad stelde tevens vast dat de brief van de Inspecteur waarin eerder een toezegging werd gedaan, was ingetrokken.
Uitkomst: Het beroep van het autoverhuurbedrijf wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling van invoerrechten wordt geweigerd.