ECLI:NL:ORBBNAA:1987:BQ8593

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
22 mei 1987
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1987-010 (kenmerk 63-1986)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • H. Warnink
  • A.P.M. Houtman
  • W.B. de Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16A Landsverordening op de InkomstenbelastingArt. 23A Landsverordening op de InkomstenbelastingLandsverordening op de Loonbelasting 1976Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bijdrage werkgever in studiekosten kind behoort tot loon en geen aftrek buitengewone lasten

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1983. Hij voerde aan dat afschrijvingskosten van een computer als verwervingskosten moesten worden erkend en dat studiekosten voor zijn studerende zoon als buitengewone lasten aftrekbaar waren. De computerkosten werden door partijen erkend en hoefden niet meer te worden beoordeeld.

Het geschil betrof vooral de aftrek van studiekosten. Belanghebbende stelde dat hij zijn zoon niet nagenoeg geheel onderhoudde, omdat de werkgever van belanghebbende een bedrag had overgemaakt voor studiekosten van de zoon. De Raad oordeelde dat deze bijdrage verband hield met de dienstbetrekking en daarom als loon moest worden belast. Hierdoor werd aangenomen dat belanghebbende zijn zoon nagenoeg geheel onderhoudde.

Daarnaast bracht belanghebbende tijdens de mondelinge behandeling autokosten van de zoon naar voren, maar kon hij deze niet onderbouwen met bewijsstukken. Ook de door de Inspecteur aangevoerde gegevens over het inkomen van de zoon werden niet weersproken.

De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat belanghebbende geen aftrek wegens buitengewone lasten kon toepassen, maar recht had op kinderaftrek op grond van artikel 23A van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP
22 mei 1987
1987-010 (kenmerk 63-1986)
Gezien het bij de Raad op 12 september 1986 ingekomen beroepschrift van S, verder te noemen belanghebbende, waarbij belanghebbende in beroep komt tegen de beschikking van de Inspecteur van 14 juli 1986, inhoudende een afwijzing van een op 15 december 1985 door belanghebbende ingediend bezwaarschrift.
Gezien voorts het bij de Raad op 17 maart 1987 ingekomen vertoogschrift van de Inspecteur.
Gelet verder op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling op 18 mei 1987 door partijen naar voren is gebracht alsmede op de pleitnotities van de Inspecteur.
Overwegende:
Aan belanghebbende is over het jaar 1983 een aanslag Inkomstenbelasting, gedagtekend 21 oktober 1985; opgelegd van NAf. 41.063,75 (kohier artikel xxxxx). Tegen deze aanslag heeft belanghebbende bezwaar aangetekend en als eerste punt aangevoerd, dat de Inspecteur geen rekening heeft gehouden met afschrijvingskosten van in totaal f. 2.500,- van een door belanghebbende aangeschafte computer, welke belanghebbende als verwervingskosten wilde zien aangemerkt. Als tweede punt stelde belanghebbende dat hij een aftrek wilde toepassen als zijnde buitengewone lasten voor zijn studerende zoon in Nederland. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Inspecteur afwijzend beschikt op 14 juli 1986. Vervolgens heeft belanghebbende beroep aangetekend en zijn bezwaren herhaald.
Ten aanzien van het eerste punt heeft de Inspecteur in zijn vertoogschrift al laten weten dat hij een bedrag van f. 2.500,- als verwervingskosten van een door belanghebbende aangeschafte computer wilde aanmerken.
Ter mondelinge behandeling heeft de Inspecteur nogmaals medegedeeld, dat partijen het hierover eens zijn geworden, hetgeen belanghebbende beaamde.
De Raad behoeft derhalve over dit punt niet meer te beslissen. Met betrekking tot het tweede punt heeft belanghebbende gesteld dat zijn opgegeven lasten ten behoeve van zijn zoon als buitengewone lasten dienen te worden beschouwd. In tegenstelling tot het standpunt van de Inspecteur, die meent dat belanghebbende zijn zoon nagenoeg geheel onderhoudt en hij derhalve niet in aanmerking komt voor aftrek wegens buitengewone lasten, maar voor kinderaftrek ex artikel 23A van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting.
Belanghebbende legt over een verklaring van zijn werkgever van 9 december 1985, waaruit blijkt dat zijn werkgever over het jaar 1983 een bedrag van f 10.200,- (Ned. guldens) heeft overgemaakt naar de rekening van belanghebbendes zoon. Omgerekend in Antilliaanse guldens, gerekend in 1983, vertegenwoordigt voormeld bedrag een waarde van NAf. 6.480,17.
Belanghebbende stelt verder dat de totale studiekosten van zijn zoon Naf. 11.800,- hebben bedragen. Nu hij zelf slechts een bedrag van NAf. 6.480,— voor zijn zoon heeft bijgedragen, is belanghebbende van mening dat hij zijn zoon niet nagenoeg geheel onderhoudt, zodat hij in aanmerking komt voor aftrek wegens buitengewone lasten. Bovendien brengt belanghebbende alsnog naar voren dat zijn zoon, die tengevolge van een hem in 1974 overkomen ernstig ongeval zich niet per fiets kan verplaatsen, maar slechts per auto, in 1983 ook nog eens f. 3.000,- aan autokosten heeft gemaakt, welke eveneens voor aftrek in aanmerking dienen te komen.
De Raad is van oordeel, dat de Inspecteur terecht stelt, dat de bijdrage van belanghebbendes werkgever verband houdt met diens dienstbetrekking, waardoor bedoelde bijdrage dient te worden belast als loon in de zin van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976 en ook in de zin van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943. Hieruit volgt dat, nu voormelde bijdrage van belanghebbendes werkgever als loon wordt aangemerkt, belanghebbende zijn zon nagenoeg geheel op zijn kosten onderhoudt, temeer daar belanghebbende niet heeft aangetoond dat zijn zoon meer dan 10% zelf bijdraagt in zijn studiekosten. De door belanghebbende genoemde autokosten heeft hij pas tijdens de mondelinge behandeling voor het eerst naar voren gebracht en daar geen bewijsstukken van overgelegd. Evenmin heeft belanghebbende weersproken het door de Inspecteur bij pleitnota naar voren gebrachte cijfermateriaal omtrent het inkomen uit vermogen van zijn zoon, welke inkomsten volgens die berekening ook minder zijn dan voormelde 10%.
Gezien het hierboven overwogene komt belanghebbende niet in aanmerking voor aftrek wegens buitengewone lasten, maar voor kinderaftrek op grond van artikel 23A van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting.
Het beroep van belanghebbende zal dan ook ongegrond worden verklaard.
Beschikkende:
Verklaart het beroep ongegrond.
mrs. H. Warnink, A.P.M. Houtman en W.B. de Jong