ECLI:NL:ORBBNAA:1988:BQ8612
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking voor inkomstenbelasting niet-inwoner Curaçao
Appellant, woonachtig in New York, heeft met het Eilandgebied Curaçao overeenkomsten gesloten voor het leiden van het Curaçao Tourist Board in New York. De eerste overeenkomst van 15 september 1980 was een arbeidsovereenkomst, gevolgd door overeenkomsten met een partnership die feitelijk een voortzetting van dezelfde verhouding vormden.
De Inspecteur stelde dat appellant als niet-inwoner van de Nederlandse Antillen belastingplichtig is op grond van artikel 17 lid 1 sub h van Pro de Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943, omdat sprake is van een dienstbetrekking bij een publiekrechtelijke rechtspersoon. De Inspecteur achtte de verhouding tussen appellant en het Eilandgebied Curaçao een privaatrechtelijke dienstbetrekking met een gezagsverhouding.
Appellant betwistte dit en stelde dat er geen sprake is van een bezoldigd ambt of dienstbetrekking, maar van een beheersovereenkomst zonder gezagsverhouding. Hij verwees naar literatuur en jurisprudentie ter onderbouwing.
De Raad volgde de Inspecteur in zijn interpretatie van het begrip "ambt" en oordeelde dat de verhouding tussen appellant en het Eilandgebied Curaçao een privaatrechtelijke dienstbetrekking is met een gezagsverhouding, gelet op het budgettaire kader, de verplichting tot gedetailleerde maandelijkse verslaglegging en de mogelijkheid tot beëindiging van de overeenkomst bij niet-nakoming. Het beroep werd verworpen en de beschikking bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de belastingaanslag wordt gehandhaafd.