ECLI:NL:ORBBNAA:1989:BQ8644

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
29 maart 1989
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1989-014 (kenmerk 41-1988)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • A.P.M. Houtman
  • W.B. de Jong
  • T.J.M. Kolfschoten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 Landsverordening loonbelasting 1976
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beschikking Inspecteur inzake zuiver inkomen 1984 op basis van loonbelastingkaart

Appellant is in beroep gekomen tegen de beschikking van de Inspecteur d.d. 10 mei 1988 inzake de aanslag inkomstenbelasting over 1984. De kern van het geschil betreft het vastgestelde zuiver inkomen: appellant stelt een lager bedrag op basis van zijn loonbelastingkaart, terwijl de Inspecteur een hoger bedrag hanteert op basis van de door de werkgever ingediende loonbelastingkaart.

De Inspecteur baseert zich op artikel 19 van Pro de Landsverordening loonbelasting 1976 en heeft navraag gedaan bij de werkgever, die verklaarde dat appellant een deel van zijn loon in natura heeft genoten dat niet op de salarisslip stond maar wel tot het loon behoort. Appellant heeft dit niet betwist.

De Raad concludeert dat het verschil in inkomen verklaard wordt door dit loon in natura en dat de Inspecteur derhalve het juiste bedrag heeft gehanteerd. Appellant heeft zijn stelling niet nader toegelicht en heeft geen verweer gevoerd tijdens de procedure. De Raad bevestigt daarom de beschikking van de Inspecteur.

Uitkomst: De Raad bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1984 van de Inspecteur op het hogere bedrag.

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP
1989-014 (kenmerk 41-1988)
Procesverloop:
Bij op 26 september 1988 bij de Raad ingekomen beroepschrift is appellant, onder overlegging van een produktie, in beroep gekomen van de beschikking van de Inspecteur, d.d. 10 mei 1988, welke beschikking appellant stelt ontvangen te hebben op 11 augustus 1988. Bij deze beschikking heeft de Inspecteur beslist op het bezwaarschrift van appellant tegen de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting over het jaar 1984, artikel D.A. xxxxx. De
Inspecteur heeft de opgelegde aanslag - appellant was aangeslagen naar een zuiver inkomen van f.58.359,- - voor een bedrag van f.57.985,- gehandhaafd.
De Inspecteur heeft bij vertoogschrift geconcludeerd tot handhaving van de aanslag.
Appellant is vervolgens verzocht om de Raad te laten weten of hij zijn beroepschrift nog mondeling wilde toelichten dan wel of hij dat schriftelijk wilde doen. Appellant heeft evenwel hierop niet gereageerd, zodat de Raad ervan uit gaat dat hij van verweer heeft afgezien.
Beoordeling van de zaak:
1. Appellant is tijdig en op de voorgeschreven wijze in beroep gekomen, zodat hij daarin ontvankelijk is.
2. Het geschil betreft enkel de vraag of appellant volgens de jaaropgave van zijn werkgever K in 1984 een zuiver inkomen van f.56.880,56 heeft genoten, zoals appellant stelt met verwijzing naar de hem verstrekte en door hem overgelegde loonbelastingkaart 1984, of dat hij in dat jaar een zuiver inkomen heeft genoten van f.58.359,56, zoals de Inspecteur stelt met verwijzing naar de door K bij de Inspectie ingediende loonbelastingkaart 1984.
3. Appellant heeft zijn stelling niet nader toegelicht.
4. De Inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat hij moet c.q. mag afgaan op de officiële loonbelastingkaart afgegeven door de werkgever van appellant. Daartoe verwijst de inspecteur naar artikel 19 van Pro de Landsverordening loonbelasting 1976.
De Inspecteur heeft hieraan toegevoegd dat hij navraag heeft gedaan bij K. Volgens de administratie van K heeft appellant in 1984 een bepaald gedeelte van zijn loon in natura genoten, welk gedeelte niet is vermeld op de salarisslip van de maand december 1984 van appellant, maar wel tot het officiële loon gerekend dient te worden.
5. Nu appellant dit laatste niet heeft betwist, moet het ervoor worden gehouden dat hierin de verklaring gelegen is voor het verschil in het door K aan appellant en aan de Inspecteur opgegeven bedrag van het zuiver inkomen over 1984.
De Inspecteur is derhalve van het juiste bedrag uitgegaan, zodat de beschikking, waarvan beroep, moet worden bevestigd.
Beslissing:
De Raad:
bevestigt de beschikking, waarvan beroep.
mr. A.P.M. Houtman, mr. W.B. de Jong en mr. T.J.M. Kolfschoten