ECLI:NL:ORBBNAA:1989:BQ8648
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P.M. Houtman
- W.B. de Jong
- T.J.M. Kolfschoten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kinderaftrek en buitengewone lasten bij levensonderhoud dochter
Appellant maakte bezwaar tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 1986, waarin hij de aftrek van kosten voor het levensonderhoud van zijn dochter S betwistte. De Inspecteur handhaafde de aanslag en stelde dat appellant meer dan 90% van de onderhoudskosten droeg, waardoor recht op kinderaftrek bestond.
De Raad van Beroep oordeelde dat onder 'nagenoeg geheel op zijn kosten onderhouden' verstaan moet worden dat de belastingplichtige ten minste 90% van de kosten draagt, met een correctie voor het eigen inkomen van de ondersteunde. De dochter S had een eigen inkomen dat een deel van de onderhoudskosten dekte, waardoor appellant minder dan 90% van de netto onderhoudskosten droeg.
Hierdoor had appellant geen recht op kinderaftrek, maar kon hij de uitgaven voor levensonderhoud als buitengewone lasten aftrekken tot maximaal het bedrag van de gesuppleerde kosten. De aanslag werd vernietigd en verminderd tot een zuiver inkomen van f. 57.257,-. De Raad bevestigde dat het beroep tijdig en ontvankelijk was ingediend ondanks de adressering.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 16A lid 1 sub a van de Landsverordening op de Inkomstenbelasting en benadrukt het suppletoire karakter van het onderhoudsbeginsel.
Uitkomst: De aanslag wordt vernietigd en verminderd tot een zuiver inkomen van f. 57.257,- wegens correcte toepassing van het onderhoudsbeginsel en aftrek van buitengewone lasten.