ECLI:NL:ORBBNAA:1991:BU4676

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
19 maart 1991
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1991/001
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • T.J.M. Kolfschoten
  • J.W. van den Berge
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering aanslag inkomstenbelasting na gewekt vertrouwen Inspecteur over jaren 1982-1985

De zaak betreft een geschil over de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1982, waarbij de Inspecteur de aftrek van meegekochte rente en werknemerspremies niet accepteerde en een hogere aanslag oplegde. Belanghebbende diende bezwaar in tegen deze aanslag en tegen aanslagen over de jaren 1982 tot en met 1985. De Inspecteur wekte het vertrouwen dat de aanslagen over de voorgaande jaren in overeenstemming met de uitspraak over 1985 zouden worden geregeld.

Na meerdere tussenbeschikkingen en correspondentie waarin de Inspecteur de bezwaren in algemene zin afwees zonder specificatie van belastingjaren, ontstond onduidelijkheid over de afhandeling van de bezwaren over 1982-1984. Partijen kwamen overeen de brief van november 1985 als een afwijzing van het bezwaar over 1985 te beschouwen, maar de Inspecteur had nog niet beslist over de jaren 1982-1984.

De Raad oordeelde dat de Inspecteur het vertrouwen had gewekt dat de aanslagen over 1982-1984 zouden worden geregeld conform de uitspraak over 1985. Daarom werd de aanslag over 1982 verminderd tot een tabelinkomen van f. 66.644,--, conform de beslissing over 1985. Dit leidde tot vernietiging van de eerdere uitspraak op bezwaar en een aangepaste aanslag.

Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over 1982 wordt verminderd tot een tabelinkomen van f. 66.644,-- conform de uitspraak over 1985.

Uitspraak

Beschikking van 19 maart 1991, nr. 1991/001
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curaçao,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Feiten en procesverloop:
1.1. Met betrekking tot de feiten verwijst de Raad in de eerste plaats naar zijn tussenbeschikkingen van 10 juni 1986, nr. 16/86 en 30 september 1986, nr. 25/86 en zijn eindbeschikking van 17 februari 1987, nr. 2/87, betreffende de aan X opgelegde aanslag inkomstenbelasting 1985.
1.2. X heeft over het jaar 1982 aangifte gedaan van een zuiver inkomen van f. 65.405,- X bracht daarbij in aftrek aan meegekochte rente f. 74.107,-- en aan vooruitbetaalde rente op een lening f. 9.663,--.
1.3. Door de Inspecteur werd de meegekochte rente ten bedrage van f. 74.107,-- niet geaccepteerd, evenmin de door belanghebbende opgevoerde aftrek: van f. 1.989,-- wegens werknemersbijdrage premie AOV/AWW. De Inspecteur legde een aanslag op berekend naar een zuiver inkomen van f. 141.501,--, verminderd met kinderaftrek: 3 x f. 250,-- f. 750,-- of naar een tabelinkomen van f. 140.751,--. Het aanslagbiljet was gedagtekend augustus 1985.
1.4. Bij bezwaarschrift van 16 september 1985 verzocht X -vermindering van de aanslag tot een bedrag, berekend naar een tabelinkomen van + f. 65.405,-- - f. 750,-- of f. 64.655.
1.5. Bij brief van 22 november 1985 wees de Inspecteur in algemene zin de bezwaarschriften tegen de aanslagen 1982 tot en met 1985 af. Bij brief van 4 december 1985 bevestigde de Inspecteur, dat de brief van 22 november 1985 de officiële afwijzing van het bezwaarschrift bevatte. Geen van beide brieven bevatte evenwel een aanduiding van het belastingjaar waarop zij betrekking hadden.
1.6. X heeft op 21 maart 1986, dus binnen de termijn van vier maanden, bedoeld in art. 47, eerste lid, Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, een beroepsschrift ingediend. In dit beroepsschrift wordt slechts het niet volledig in aftrek toelaten van de rente betwist.
1.7. In vertoogschrift d.d. 4 juni 1986 heeft de Inspecteur het volgende opgemerkt:
"De reden van de Inspecteur om slechts het bezwaarschrift over het belastingjaar 1985 af te wijzen was om aldus een principiële uitspraak omtrent de aftrekbaarheid van "rentes" uit te lokken, conform welke alsdan de overige belastingjaren door hem geregeld zouden worden. In de afwijzing werd abusievelijk geen gewag gemaakt op welk jaar de afwijzing betrekking had.
Daar de gronden waarop de bezwaarschriften in de opeenvolgende jaren afgewezen zouden moeten worden dezelfde zijn als die in de brieven van d.d.: 2 (bedoeld zal zijn 22) november 1985 en 4 december 1985 vermeld, ziet de Inspecteur thans niet in waarom de afwijzingsbeschikking zijdens uw Raad dient te worden vernietigd."
1.8. Op 24 juni 1986 heeft X een verweerschrift ingediend.
1.9. Bij tussenbeschikking van 10 juli 1986, nr. 16/86, betreffende het belastingjaar 1985, heeft de Raad inzake de brief van 22 november 1985 overwogen:
"Ter voormelde zitting van de Raad zijn partijen overeengekomen - zulks om vertraging van de procedure te voorkomen - genoemd schrijven te beschouwen als een beschikking van de Inspecteur, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de hem over het jaar 1985 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting wordt afgewezen, met welke afspraak de Raad zich kan verenigen.
In dit verband merkt de Raad ten overvloede op, dat de Inspecteur derhalve nog niet heeft beslist op de door belanghebbende opgelegde aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1982 tot en met 1984, zodat over die bezwaren alsnog zal dienen te worden beslist."
1.10. Bij brief van 23 maart 1987, gericht aan de Raad, heeft de Inspecteur desgevraagd nogmaals bevestigd, dat hij de bezwaarschriften met betrekking tot de jaren 1982, 1983 en 1984 zal afwijzen.
1.11. Aangezien de Inspecteur in gebreke is gebleven beschikkingen te nemen op de bezwaarschriften over de jaren 1982 tot en met 1984, zijn partijen opgeroepen ter zitting van de Raad van 20 november 1990. Aldaar zijn verschenen de Inspecteur en de gemachtigde van X, die nog een pleitnota heeft ingediend.
1.12. Partijen hebben ter zitting verklaard het ervoor te willen houden, dat de Inspecteur op de bezwaarschriften afwijzend heeft beschikt en hebben de Raad verzocht op basis van de processtukken een beschikking te nemen.
2. Beoordeling van het geschil:
De Inspecteur heeft naar het oordeel van de Raad bij de belastingplichtige het vertrouwen gewekt, dat hij de aanslagen over de belastingjaren 1982, 1983 en 1984 zou regelen in overeenstemming met hetgeen de Raad zou beslissen omtrent de aanslag over het belastingjaar 1985. Op grond daarvan past voor het belastingjaar 1982 met betrekking tot de renteaftrek eenzelfde beslissing als die welke de Raad met betrekking tot het belastingjaar 1985 heeft gegeven bij de beschikking van 17 februari 1987, nr. 2/87 welke beschikking aan de onderhavige beschikking is gehecht en geacht dient te worden daarvan deel uit te maken.
De aanslag dient derhalve te worden verminderd tot f. 140.751,-- -/- f. 74.107,-- f. 66.644,--.
3. Beslissing:
De Raad vernietigt de uitspraak op het bezwaarschrift en vermindert de opgelegde aanslag tot een bedrag, berekend naar een tabelinkomen van f. 66.644,--.
mrs. T.J.M. Kolfschoten, J.W. van den Berge en J. W. Ilsink