ECLI:NL:ORBBNAA:1994:BU4874

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
27 april 1994
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1993-026
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • H. Warnink
  • J.K. Moltmaker
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 LIBArt. 64 LIBArt. 72 LIBArt. 51 LIB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens termijnoverschrijding zonder onherroepelijke veroordeling

Aan belanghebbende is voor het belastingjaar 1987 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd, inclusief een boete van 100%, met een bedrag van 683.148 gulden. Deze aanslag werd op 4 maart 1993 gedagtekend. Belanghebbende kwam hiertegen in beroep bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken, waarbij het beroepschrift tijdig werd ingediend.

De Inspecteur stelde dat de navordering terecht was ondanks de termijnoverschrijding van vijf jaren, omdat de aanslag was gebaseerd op feiten uit een strafrechtelijk onderzoek waarvoor belanghebbende zou worden vervolgd, verwijzend naar artikel 72 van Pro de Landsverordening Inkomstenbelasting (LIB). De Raad oordeelde echter dat deze stelling niet juist was, omdat artikel 72 alleen Pro navordering na de termijn toestaat indien sprake is van een onherroepelijke veroordeling wegens opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangifte (artikel 64 LIB Pro).

Aangezien er geen onherroepelijke veroordeling was en de strafrechtelijke procedure nog niet tot een zitting had geleid, kon de navorderingsaanslag niet in stand blijven. De Raad vernietigde daarom de navorderingsaanslag. Dit oordeel is gebaseerd op een strikte interpretatie van de wettelijke termijnen en de voorwaarden voor navordering na termijnoverschrijding.

Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987 wordt vernietigd wegens termijnoverschrijding zonder onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling.

Uitspraak

Beschikking van 27 april 1994, nr. 1993-026
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Sint Maarten,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Het procesverloop
1.1. Aan X is voor het jaar 1987 een navorderingsaanslag in de in¬kom¬stenbelasting opgelegd. De aanslag beloopt een door X te betalen bedrag van 683.148,=, inclusief een boete van 100%, en is gedagtekend 4 maart 1993.
1.2. Bij op 11 maart 1993 bij de Raad ingekomen beroepsschrift is X van deze aanslag in beroep gekomen.
1.3. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en daarna is de zaak behandeld ter zitting van de Raad d.d. 19 november 1993, alwaar de gemachtigde van X en de Inspecteur zijn verschenen en hun standpunten uiteen hebben gezet.
2. De ontvankelijkheid van het beroep.
X kan in zijn beroep worden ontvangen, nu het beroepsschrift tijdig binnen de in art. 51 LIB Pro genoemde termijn is ingediend.
3. De verdere beoordeling van het geschil
3.1. De navorderingsaanslag is opgelegd na verloop van de ter¬mijn van 5 jaren als bedoeld in art. 48 LIB Pro.
3.2. De Inspecteur meent evenwel dat X ten onrechte een beroep doet op overschrijding van die termijn, omdat de onderhavige navorderingsaanslag is opgelegd naar aanleiding van in een strafrechtelijk onderzoek gebleken feiten, waarvoor X zal worden vervolgd. Hij verwijst daarbij naar art. 72 LIB Pro.
3.3. Het standpunt van de Inspecteur kan niet als juist worden aanvaard. Art. 72 houdt Pro, voorzover hier van belang, in dat in geval van een onherroepelijke veroordeling krachtens art. 64 LIB Pro - kortweg het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een belastingaangifte - navordering ook na verloop van evengenoemde termijn kan plaatsvinden. Van een dergelijke onherroepelijke veroordeling is in dit geval, naar de Raad ambtshalve bekend is, geen sprake. De straf¬rechtelijke vervolging van X heeft zelfs nog niet tot een behandeling ter terechtzitting geleid.
3.4. Uit het vorenstaande volgt, dat de navorderingsaanslag niet in stand kan blijven.
4. De beslissing
De Raad vernietigt de navorderingsaanslag, waarvan beroep.
mrs. H. Warnink, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink