ECLI:NL:ORBBNAA:1997:BU4706

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
24 februari 1997
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1991-062
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • mrs. Bijloos
  • mrs. Moltmaker
  • mrs. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing van de 35%-regeling bij inkomstenbelasting 1987 en ontvankelijkheid beroepschrift

Appellant heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting over 1987 een beroep gedaan op de 35%-regeling, waarbij hij een bedrag van Af. 25.330,= in mindering bracht op zijn inkomen. De inspecteur accepteerde deze aftrek niet en stelde de aanslag vast op een hoger inkomen.

Het geschil spitst zich toe op de ontvankelijkheid van het beroepschrift vanwege een vermeende late motivering en de vraag of de 35%-regeling van toepassing is op het belastingjaar 1987. De inspecteur stelde dat de regeling vanaf 1989 niet meer werd toegepast en dat verzoeken daarvoor niet werden gehonoreerd.

De Raad verwijst naar een eerdere beschikking van 15 augustus 1994 waarin is vastgesteld dat de regeling vanaf het belastingjaar 1989 niet meer geldt. De Raad acht het beroepschrift alsnog tijdig gemotiveerd, ondanks een kleine overschrijding van de termijn, en oordeelt dat appellant aan de voorwaarden voor toepassing van de regeling voldoet.

Daarom vernietigt de Raad de beschikking van de inspecteur en vermindert de aanslag tot een inkomen van Af. 47.042,=, conform het door appellant opgegeven bedrag na toepassing van de 35%-regeling.

Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een inkomen van Af. 47.042,= door toepassing van de 35%-regeling over 1987.

Uitspraak

Beschikking van 24 februari 1997, nr. 1991-062
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Verloop van het geding
1.1. Appellant heeft in zijn op 12 december 1989 ingediende nadere aangifte inkomstenbelasting 1987 met een beroep op de zgn. 35%-regeling een bedrag van
Af. 25.330,= op zijn inkomen van Af. 72.372,= in mindering gebracht, zodat het aangegeven inkomen Af. 47.042,= bedroeg. De inspecteur heeft de aftrek ingevolge de 35%-regeling niet geaccepteerd en de aanslag vastgesteld naar een inkomen van
Af. 71.872,=.
1.2. Voor het verdere verloop van het geding verwijst de Raad naar de in deze zaak gegeven tussenbeschikking van 3 mei 1996, nr. 1991/62, waarbij de Raad appellant in de gelegenheid heeft gesteld binnen een termijn van twee maanden het ingestelde beroep van een deugdelijke motivering te voorzien.
1.3. Bij brief gedateerd 27 juni 1996, bij de Raad ingekomen op 15 juli 1996, heeft appellant zijn beroepschrift nader gemotiveerd.
1.4. Ter zitting van de Raad op 5 november 1996 zijn verschenen Z namens appellant, die gepleit heeft overeenkomstig een door A opgestelde pleitnota, alsmede de inspecteur.
2. Geschil.
Het geschil betreft in de eerste plaats de vraag of aan het beroepschrift een tijdige motivering ontbreekt en het daarom niet ontvankelijk is en in de tweede plaats - indien het beroepschrift ontvankelijk is - of appellant terecht een beroep doet op de 35%-regeling.
3. Standpunten van partijen.
3.1. De inspecteur is van mening, dat appellant onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan het uitblijven van een motivering gedurende 4 ½ jaar na de indiening van het beroepschrift gerechtvaardigd zou zijn.
3.2. De inspecteur stelt zich voor wat betreft de toepassing van de 35%-regeling op het standpunt, dat om daarvoor in aanmerking te komen een belastingplichtige een verzoek moest doen aan de Inspecteur, waarbij deze toetste of aan de voorwaarden daarvoor was voldaan. Voorts werden in de loop van 1988 de belastingadvieskantoren op de hoogte gesteld van het feit, dat dergelijke verzoeken niet meer zouden worden gehonoreerd.
3.3. De gemachtigde van appellant voert aan, dat aanvankelijk in overeenstemming met de inspecteur met de motivering is gewacht tot de Raad een uitspraak zou doen in een soortgelijk geval. Deze uitspraak is gedaan bij beschikking van 15 augustus 1994, nr. 1992/37, waarvan een geanonimiseerde kopie bij de eerdervermelde tussenbeschikking van 3 mei 1996 werd gevoegd. Nu de Raad bij die tussenbeschikking appellant tot een nadere motivering in de gelegenheid heeft gesteld, is het beroepschrift ontvankelijk.
3.4. Voor wat betreft de toepasselijkheid van de 35%-regeling verwijst de gemachtigde van appellant naar de eerdervermelde beschikking van 15 augustus 1994.
4. Beoordeling van het geschil.
4.1. Gelet op de tussenbeschikking van 3 mei 1996, nr. 1991/62, en de daarop gevolgde motivering van het beroepschrift, is dit beroepschrift naar het oordeel van de Raad alsnog tijdig gemotiveerd. Dat deze motivering enkele dagen na afloop van de termijn van twee maanden, genoemd in de tussenbeschikking, bij de Raad is ingekomen (op welke overschrijding de Inspecteur zich overigens niet beroept) acht de Raad verschoonbaar.
4.2. Met betrekking tot de toepassing van de 35%-regeling verwijst de Raad naar de rechtsoverwegingen 5.1 en 5.2 van zijn beschikking van 15 augustus 1994, nr. 1992/37. In rechtsoverweging 5.2 is overwogen, dat de inspecteur voldoende aannemelijk heeft gemaakt, dat de regeling met ingang van 1989 niet meer werd toegepast. Anders dan de inspecteur kennelijk meent, wordt daarmee het belastingjaar 1989 bedoeld en niet het kalenderjaar 1989.
4.3. De onderwerpelijke aanslag betreft het belastingjaar 1987. Mede gelet op rechtsoverweging 5.1 van de beschikking van 15 augustus 1994 en in aanmerking genomen dat tussen partijen niet in geschil is dat appellant aan de gestelde voorwaarden voldoet, dient daarom de 35%-regeling te worden toegepast, zodat het gelijk aan de zijde van appellant is.
5. Beslissing.
De Raad vernietigt de beschikking van de inspecteur op het bezwaarschrift en vermindert de aanslag tot een, berekend naar een inkomen van Af. 47.042,=.
mrs. Bijloos, Moltmaker en Ilsink