Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:ORBBNAA:1997:BU5481

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
15 september 1997
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1995-078
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 128, lid 1, aanhef en ten 8°, onderdeel d, LIUDArt. 7 UBArt. 128 UB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verhuisboedelvrijstelling wegens ontbreken gebruik auto in het buitenland

Appellante kocht in de Verenigde Staten een personenauto en verzocht bij invoer op Curaçao om toepassing van de verhuisboedelvrijstelling. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat niet was voldaan aan het vereiste dat de auto in het buitenland in gebruik was geweest.

Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat appellante geen rijbewijs had en de auto slechts beperkt verzekerd was, namelijk gedurende een maand. Buiten die periode mocht de auto niet op de openbare weg worden gebruikt. De odometerstand bij invoer bedroeg 1452 mijl, wat neerkomt op een gemiddeld gebruik van circa 12 kilometer per dag.

De Raad oordeelt dat niet aannemelijk is gemaakt dat appellante de auto daadwerkelijk gebruikte in het buitenland. Gezien het ontbreken van een rijbewijs en het beperkte gebruik, is geen sprake van gebruik in de zin van de verhuisboedelvrijstelling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verhuisboedelvrijstelling wordt verworpen wegens ontbreken van gebruik van de auto in het buitenland.

Uitspraak

Beschikking van 15 september 1997, nr. 1995-078
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Loop van het geding:
1.1. Op 29 mei 1995 heeft appellante op een enig document C-420 DVV ten invoer aangegeven een personenauto. Zij verzocht daarbij om toepassing van de verhuisboedelvrijstelling van artikel 128, lid 1, aanhef en ten 8°, aanhef en onderdeel d, LIUD jo. artikel 7 UB Pro art. 128. Bij beschikking van 16 juni 1995 werd dat verzoek afgewezen.
1.2. Bij bezwaarschrift van 29 juni 1995, dus tijdig, maakte appellante bezwaar tegen evengemelde beschikking. Bij beschikking van 17 juli 1995 wees de Inspecteur het bezwaar af.
1.3. Bij beroepschrift van 10 augustus 1995, op dezelfde dag bij de Raad ingekomen, heeft appellante beroep ingesteld tegen deze beschikking. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.
1.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad van 25 april 1997, gehouden op Aruba. Beide partijen zijn verschenen en hebben gepleit overeenkomstig een door hen overgelegde pleitnota.
2. Vaststaande feiten:
Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:
2.1. Appellante woonde en studeerde destijds in P (VS). Op 5 oktober 1994 kocht zij daar van garage A de onder 1.1 bedoelde auto die haar werd geleverd op 19 november 1994. Haar werd geen sales-tax in rekening gebracht. De "odometer disclosure statement" is eveneens gedateerd op 19 november 1994 en vermeldt "that the odometer now reads 03 (no tenths) miles".
2.2. Appellante had toentertijd geen rijbewijs. Op 16 december 1994 heeft zij een "six (6) hour pre-licensing driver course" gevolgd. In verband daarmee is de auto in de periode van 13 december 1994 tot 31 januari 1995 verzekerd geweest. Buiten die periode mocht de auto alleen op de campus en niet op de openbare weg worden gebruikt. Appellante reed met de auto op de campus; derden reden ook wel op de openbare weg. Ten tijde van de invoer op 29 mei 1995 vermeldde de kilometerteller (odometer) 1452 mijl.
3. Omschrijving geschil en standpunten van partijen:
3.1. In geschil is de vraag of op de invoer van de auto de verhuisboedelvrijstelling van toepassing is. Appellante beantwoordt die vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.
3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de stukken, waaronder de eerder vermelde pleitnota's. Zij hebben hun standpunten ter zitting toegelicht, doch aldaar aan hun in de stukken gegeven uiteenzettingen geen grieven of weren toegevoegd.
4. Overwegingen omtrent het geschil:
4.1. Blijkens het bepaalde in artikel 7, lid 4, UB art. 128 kan Pro de verhuisboedelvrijstelling worden toegepast indien onder meer is voldaan aan het vereiste dat de auto bij appellante in het buitenland, dus buiten Curaçao, in gebruik was. Van gebruik in deze zin kan slechts worden gesproken indien appellante - ter bevrediging van haar behoefte aan een personenauto - zich bij voortduring of bij herhaling van de auto zou hebben bediend; vgl. RBB 2 maart 1992, nr. 1991/16.
4.2. Gelet op de onder 2.2 vastgestelde feiten en omstandigheden is niet aannemelijk geworden dat appellante tijdens haar verblijf in de Verenigde Staten behoefte had aan een personenauto. Geen redelijk denkend mens kan immers volhouden dat een studente die niet in het bezit was van een rijbewijs en van wie is gesteld noch gebleken dat zij over een chauffeur beschikte, behoefte had aan een personenauto. Zulks klemt te meer nu de auto slechts gedurende een maand was verzekerd zodat - buiten die ene maand - met de auto niet eens op de openbare weg mocht worden gereden. Daarbij komt dan nog dat in feite nauwelijks - want gemiddeld slechts ± 12 km per dag - met de auto is gereden. Van gebruik in de onder 4.1 bedoelde zin was dus geen sprake. Het beroep is dan ook ongegrond.
5. Beslissing:
De Raad verwerpt het beroep.
mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink