ECLI:NL:ORBBNAA:1997:BU5533
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Warnink
- J. Moltmaker
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting 1989
De zaak betreft een beroep van belanghebbende tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989 en een daarbij opgelegde boete. De Inspecteur stelde dat de winst uit aanmerkelijk belang was genoten door verkoop van aandelen in een naamloze vennootschap in 1989, waarbij de koopprijs niet volledig was opgegeven.
Belanghebbende voerde aan dat de koopprijs van US$ 1.000.000 in termijnen betaald moest worden en dat de contante waarde daarvan in aanmerking moest worden genomen. Tevens stelde hij dat de kopers al spoedig insolvent waren, waardoor niet de volledige koopprijs in aanmerking kon worden genomen. Ook betwistte hij de berekening van de verkrijgingsprijs van de aandelen.
De Raad oordeelde dat de contante waarde van de koopprijs leidend is en dat geen aanwijzingen zijn dat de kopers reeds op de transactiedatum insolvent waren. De door belanghebbende overgelegde stukken toonden geen stortingen op de aandelen aan. De Raad kwalificeerde de gebruikte overeenkomsten als kunstgrepen om belastingheffing te ontlopen. De kennis van de belastingadviseur wordt aan belanghebbende toegerekend. Gezien de ernst en omvang van de verzwijging werd een boete van 100% opgelegd, hoewel dit lager is dan de maximale 400%.
De navorderingsaanslag werd verminderd met Af 210.648,-- aan belasting en boete. De uitspraak bevestigt dat fiscale kunstgrepen en verzwijgingen zwaar worden bestraft en dat contante waarde van termijnbetalingen bepalend is voor de winstberekening.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete zijn verminderd op basis van contante waarde, maar een boete van 100% is gehandhaafd wegens ernstige verzwijging.