AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Geen toepassing penshonado-regeling bij volledige verhuur eigen woning in 1994
Appellante, een ongehuwde belastingplichtige die zich in december 1993 op Bonaire vestigde, had per 1 januari 1994 haar appartement verhuurd aan een derde partij voor de duur van een jaar. Gedurende het gehele jaar 1994 heeft zij het appartement niet zelf bewoond. Na een aanslag inkomstenbelasting 1994 en een daaropvolgend bezwaar en beroep, stond centraal of appellante aanspraak kon maken op het bijzondere tarief van 5% volgens de penshonado-regeling (art. 23B lid 3 LIB 1943).
Appellante stelde dat zij voldeed aan de voorwaarden van de penshonado-regeling, met name dat zij een eigen woning met een waarde van minstens Naf. 240.000,- ter beschikking had voor eigen gebruik, omdat zij te allen tijde had kunnen aangeven aan de huurder dat zij het appartement wilde betrekken. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat het appartement niet voor eigen gebruik ter beschikking stond omdat het het gehele jaar was verhuurd.
De Raad stelde vast dat appellante binnenlands belastingplichtig was en overwoog dat de penshonado-regeling alleen van toepassing is op binnenlandse belastingplichtigen die hun woning daadwerkelijk voor eigen gebruik ter beschikking hebben. Omdat appellante het appartement het gehele jaar aan een derde had verhuurd en er zelf niet woonde, stond het appartement niet voor eigen gebruik ter beschikking. De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat appellante belast moest worden volgens het reguliere tarief voor ongehuwden.
Uitkomst: De Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat de penshonado-regeling niet van toepassing is omdat de woning het gehele jaar is verhuurd.
Uitspraak
Beschikking van 15 september 1997, nr. 1997/003
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Bonaire,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Loop van het geding
1.1. Op 29 maart 1996 is aan appellante onder nr. 56753 een aanslag inkomstenbelasting 1994 opgelegd naar een zuiver inkomen van Naf. 150.000,--, belast volgens de tabel voor ongehuwden.
1.2. Na de indiening van een bezwaarschrift door appellante heeft de Inspecteur bij beschikking d.d. 2 december 1996, nr. IB94/8184, de aanslag verminderd tot een bedrag berekend naar een zuiver inkomen van Naf. 110.801,- met een pensioenaftrek van Naf. 1.500,-, per saldo Naf. 109.301,-, belast volgens de tabel voor ongehuwden.
1.3. Tegen deze beschikking heeft appellante beroep ingesteld bij beroepschrift, bij de Raad op 10 januari 1997 – mitsdien tijdig – ingekomen. De Inspecteur heeft vervolgens een vertoogschrift ingediend.
1.4. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 24 april 1997. Appellante is daar niet verschenen. Wel is verschenen de Inspecteur, vertegenwoordigd door A, vergezeld van B. De Inspecteur heeft gepleit overeenkomstig een door hem overgelegde pleitnota.
2. Vaststaande feiten
2.1. Appellante is geboren op 27 augustus 1927 en ongehuwd. Zij heeft zich in december 1993 metterwoon op Bonaire gevestigd. Daartoe heeft zij op 30 en 31 december 1993 een appartement gekocht.
2.2. Blijkens een door de Inspecteur overgelegd “Rental agreement heeft appellante per 1 januari 1994 voormeld appartement verhuurd aan N.V.C voor de duur van een jaar, met automatische verlenging behoudens opzegging door een der partijen bij aangetekende brief.
2.3. Gedurende het gehele jaar 1994 is het appartement verhuurd gebleven en is niet door appellante bewoond geworden.
3. Geschil
In geschil is of appellante voor het belastingjaar 1994 al dan niet aanspraak kan maken op het bijzondere tarief van 5% van artikel 23B Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB 1943), hierna ook wel genoemd de “penshonado-regeling”.
4. Standpunten van partijen
4.1. Volgens appellante heeft zij in het jaar 1994 voldaan aan alle voor de toepassing van het tarief van 5% in artikel 23B, derde lid, LIB 1943 gestelde voorwaarden (zij het dat de onder b van dat lid gestelde voorwaarde wegens personeelstekort op Bonaire door de inspectie niet wordt gehandhaafd). Met name voldoet zij naar haar mening aan de onder c van dat lid gestelde voorwaarde, dat zij voor eigen gebruik ter beschikking heeft een woning in eigendom met een waarde van minstens Naf. 240.000,-. Volgens appellante had zij gedurende 1994 op elk moment waarop zij dat zou hebben verkozen aan de huurder van haar appartement kenbaar hebben kunnen maken, dat zij daar wilde verblijven en zou de huurder daaraan zonder meer hebben voldaan. De wet verbiedt niet de eigen woning tijdens afwezigheid te verhuren.
4.2. De Inspecteur is van mening, dat nu appellante haar appartement het gehele jaar 1994 heeft verhuurd, dit appartement niet voor eigen gebruik ter beschikking stond. Appellante heeft derhalve niet aan de onder c van art. 23B, derde lid, LIB 1943 gestelde voorwaarde voldaan en moet dus belast worden naar het tarief voor ongehuwden.
5. Overwegingen omtrent het geschil
5.1. De Raad stelt voorop, dat tussen partijen niet in geschil is, dat appellante in 1994 binnenlands belastingplichtig was in de zin van artikel 1 LIBPro 1994, zodat de Raad daarvan moet uitgaan.
5.2. Gegeven het uitgangspunt, dat de penshonado-regeling slechts van toepassing is op binnenlandse belastingplichtigen, is de Raad van oordeel, dat – daargelaten de merites van die regeling in het algemeen – de strekking van die regeling en met name die van art. 23B, derde lid, onderdeel c, LIB 1943 meebrengt, dat de regeling in het onderhavige geval geen toepassing kan vinden, nu appellante haar appartement het gehele jaar aan een derde heeft verhuurd en daar niet zelf in heeft gewoond. Het appartement stond haar dus niet voor eigen gebruik ter beschikking. Hoe gelijk is derhalve aan de zijde van de Inspecteur.
6. Beslissing
De Raad verwerpt het beroep.
mrs. A.W.M. Bijloos, voorzitter, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink, leden