ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5471

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
30 oktober 1998
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1995-045
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijkheid beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens termijnoverschrijding

Appellant kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989 opgelegd, gedagtekend 16 december 1994. Hij stelde dat hij deze aanslag pas op 27 februari 1995 had ontvangen en dat de berekening waarop de aanslag was gebaseerd hem onbekend was. Het beroepschrift werd ingediend op 26 april 1995, ruim twee maanden na de vermeende ontvangstdatum.

De Inspecteur betwijfelde de ontvangstdatum en stelde dat de post tijdig was bezorgd. Ook als de ontvangstdatum van appellant juist zou zijn, oordeelde de Raad dat het beroepschrift niet spoedig genoeg was ingediend. Het indienen na twee maanden werd niet als tijdig beschouwd, ook niet onder bijzondere omstandigheden.

Op de zitting op 24 april 1998 was appellant niet aanwezig, wel de Inspecteur die haar standpunt mondeling toelichtte. De Raad concludeerde dat appellant niet ontvankelijk moest worden verklaard in zijn beroep wegens termijnoverschrijding.

De uitspraak bevestigt dat het tijdig indienen van een beroepschrift essentieel is en dat een termijnoverschrijding van meer dan twee maanden niet snel als verschoonbaar wordt aangemerkt, ook niet bij betwisting van de ontvangstdatum.

Uitkomst: Appellant wordt niet ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift tegen de navorderingsaanslag.

Uitspraak

Beschikking van 30 oktober 1998, nr. 1995-045
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Loop van het geding:
1.1 Aan appellant is een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989 opgelegd, gedagtekend 16 december 1994, art. nr. 90333, naar een zuiver inkomen van Aƒ 110.693,--.
1.2 Appellant heeft tegen deze navorderingsaanslag beroep bij de Raad ingesteld bij beroepschrift, ingekomen op 26 april 1995. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.
1.3 De zaak is behandeld ter zitting van de Raad te Aruba op 24 april 1998. Op de zitting is appellant niet verschenen, noch zijn gemachtigde. Wel is verschenen de Inspecteur die haar standpunt nader mondeling heeft toegelicht.
2. Standpunten van partijen:
2.1 Appellant stelt in zijn beroepschrift, dat de navorderingsaanslag aan hem is uitgereikt op 27 februari 1995. Voorts stelt appellant dat de berekening waarop de Inspecteur de aanslag baseert, hem niet bekend is en dat de Inspecteur de aanslag niet nader heeft gemotiveerd.
2.2 De Inspecteur betwijfelt of de navorderingsaanslag pas op 27 februari 1995 door appellant is ontvangen. De terpostbezorging heeft tijdig plaatsgevonden, de adressering was correct en andere, min of meer gelijktijdig verzonden post is wel tijdig door appellant ontvangen.
De Inspecteur stelt voorts, dat ook al zou de door appellant genoemde reden als een bijzondere omstandigheid kunnen worden beschouwd, die in beginsel tot verlenging van de beroepstermijn zou kunnen leiden, appellant niet zo spoedig als redelijkerwijs van hem had kunnen worden verlangd een beroepschrift bij de Raad heeft ingediend. De Inspecteur verwijst daarbij naar de beschikkingen van de Raad van 10 december 1997, nrs. 1995/41, 42 en 43.
3. Overwegingen omtrent het geschil:
Ook als de Raad uitgaat van de juistheid van het door appellant gestelde feit, dat hij de navorderingsaanslag pas op 27 februari 1995 heeft ontvangen, is de termijnsoverschrijding niet verschoonbaar, aangezien appellant of zijn gemachtigde in dat geval niet zo spoedig als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden het beroepschrift bij de Raad heeft ingediend. Als zodanig spoedig indienen kwalificeert de Raad niet het op 26 april 1995 indienen van een beroepschrift tegen een op 27 februari 1995 ontvangen navorderingsaanslag met dagtekening 16 december 1994. Appellant dient derhalve niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep.
4. Beslissing:
De Raad verklaart appellant niet ontvankelijk in het door hem ingestelde beroep.
mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink