ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5646
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. Bijloos
- J.K. Moltmaker
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid Ministeriële regeling 35%-aftrek wegens ongelijke belastingheffing werknemers Aruba
Appellant, werkzaam in Aruba als vice-president bij een onderneming die niet voldeed aan de investeringscriteria, maakte aanspraak op de 35%-aftrek op zijn inkomen volgens een Ministeriële regeling. De Inspecteur wees dit af omdat de werkgever niet voldeed aan de investeringsvereisten en geen verzoek had ingediend.
De Raad oordeelde dat de Ministeriële regeling een ongelijkheid schept tussen werknemers binnen dezelfde onderneming en tussen werknemers van verschillende ondernemingen, wat niet gerechtvaardigd kan worden door de strekking van de regeling of loonafspraken. Hierdoor leidt de regeling tot willekeurige en onredelijke belastingheffing en is zij onverbindend.
Desondanks werd het beroep ongegrond verklaard omdat de Landsverordening inkomstenbelasting correct was toegepast op appellant. De Raad stelde dat toekomstige toepassing van de regeling door de Inspecteur als begunstigend beleid zou gelden, waarbij het gelijkheidsbeginsel vereist dat vergelijkbare werknemers gelijk worden behandeld vanaf aanslagjaar 1999.
De uitspraak benadrukt het belang van gelijke behandeling in belastingheffing en beperkt de werking van de Ministeriële regeling vanwege de geconstateerde ongelijke behandeling van werknemers.
Uitkomst: De Ministeriële regeling is onverbindend wegens ongelijke behandeling, maar het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat de wet correct is toegepast.