ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5650
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. Bijloos
- J.K. Moltmaker
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid ministeriële regeling 35%-aftrek wegens ongelijkheid in belastingheffing werknemers
Appellant, werkzaam als vice-president bij een onderneming in Aruba, stelde beroep in tegen een aanslag inkomstenbelasting 1995 waarbij hem de 35%-aftrek werd geweigerd. De regeling geldt slechts voor werknemers van ondernemingen die minimaal Afl. 150.000.000 hebben geïnvesteerd en maximaal twintig werknemers per onderneming kunnen profiteren.
De Raad stelt vast dat de regeling twee ongelijkheden creëert: enerzijds tussen twintig werknemers die profiteren en de overige werknemers van dezelfde onderneming, en anderzijds tussen werknemers van ondernemingen die niet aan de investeringscriteria voldoen en dus geen aanspraak kunnen maken. De Inspecteur voerde aan dat de regeling primair op ondernemingen gericht is en dat netto-loonafspraken de ongelijkheid zouden compenseren.
De Raad verwierp deze rechtvaardigingsgronden omdat de regeling rechtstreeks de belastingheffing van werknemers raakt en aangenomen ongelijkheid niet gerechtvaardigd kan worden door loonafspraken. De regeling leidt tot willekeurige en onredelijke belastingheffing en is daarom onverbindend.
Desondanks is het beroep van appellant ongegrond omdat de wet correct is toegepast op zijn situatie. Wel overweegt de Raad dat voortaan bij bewust begunstigend beleid van de Inspecteur de aftrek ook aan vergelijkbare buitenlandse werknemers moet worden toegekend vanaf aanslagen voor het belastingjaar 1999 en later.
Uitkomst: De ministeriële regeling is onverbindend wegens ongelijke belastingheffing, maar het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.