ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5657
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. Bijloos
- J.K. Moltmaker
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting 1990 wegens onduidelijke toepassing 35%- en fringe-benefitsregeling
Appellante kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over het jaar 1990, inclusief een boete van 25%, vanwege vermeende onjuiste toepassing van de fringe-benefitsregeling en cumulatie met de 35%-regeling. De Inspecteur had de aanslag ambtshalve verminderd, maar handhaafde de boete.
De zaak draaide om de vraag of vergoedingen voor autokosten en reis- en herinrichtingskosten terecht tot het loon werden gerekend, en of cumulatie van de 35%-regeling met de fringe-benefitsregeling was toegestaan. Appellante stelde dat de autokostenvergoedingen zakelijk waren en niet bovenmatig, en dat de cumulatie niet wettelijk was verboden. Ook voerde zij aan dat de boete onterecht was vanwege het verschil van mening over de toepassing van de regelingen en de geringe bedragen.
De Raad oordeelde dat het in strijd is met de strekking van de 35%-regeling om deze te laten cumulteren met vrijgestelde vergoedingen uit de fringe-benefitsregeling, maar dat de regelingen niet zodanig duidelijk waren geformuleerd dat hierover geen redelijke twijfel mogelijk was. Daarom was een boete niet op zijn plaats. Tevens was de Inspecteur tekortgeschoten door niet aan te geven welk deel van de autokostenvergoeding bovenmatig was, waardoor de Raad aannam dat de vergoedingen niet bovenmatig waren. De naheffingsaanslag werd verminderd tot Afl. 3.309 zonder boete.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting 1990 wordt verminderd tot Afl. 3.309 zonder boete wegens onduidelijke regelgeving en onvoldoende bewijs van bovenmatige vergoedingen.