ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5674

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
30 oktober 1998
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1997-136
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943Art. 18 Landsverordening op de loonbelasting 1976
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering ambtshalve vermindering inkomstenbelasting 1986

Appellant is in beroep gekomen tegen het besluit van de Inspecteur van 1 november 1996 om geen teruggave te verlenen van een bedrag aan loon- en inkomstenbelasting dat was geheven in verband met de afkoop van pensioenrechten in 1986. De Inspecteur had dit verzoek opgevat als een verzoek om ambtshalve vermindering van een onherroepelijk vaststaande aanslag inkomstenbelasting.

De Raad van Beroep heeft tijdens de mondelinge behandeling op 22 april 1998 te Curaçao vastgesteld dat de brief van de Inspecteur niet kan worden aangemerkt als een beschikking op een bezwaarschrift, maar als een afwijzing van een verzoek om ambtshalve vermindering. Volgens het Antilliaanse fiscaal procesrecht is tegen een dergelijke beschikking geen rechtsmiddel open.

Daarom verklaart de Raad appellant niet-ontvankelijk in zijn beroep. De zaak betreft de toepassing van artikel 47 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 en artikel 18 van Pro de Landsverordening op de loonbelasting 1976, die alleen beroep toestaan tegen beschikkingen op bezwaarschriften.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de afwijzing van een verzoek om ambtshalve vermindering van een onherroepelijke aanslag inkomstenbelasting 1986.

Uitspraak

Beschikking van 30 oktober 1998, nr. 1997-136
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curacao,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Loop van het geding:
1.1 Bij beroepschrift van 14 augustus 1997, ingekomen bij de Raad op 19 augustus 1997, is appellant in beroep gekomen tegen het besluit van de Inspecteur van 1 november 1996 om geen teruggave te verlenen van een bedrag van NAƒ 57.551,25 aan loon- en inkomstenbelasting, dat van appellant is geheven ter zake van de afkoop van zijn pensioenrechten in 1986.
1.2 De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, waarop appellant heeft gereageerd met een verweerschrift.
1.3 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad op 22 april 1998 te Curaçao. De gemachtigde van appellant en de Inspecteur zijn verschenen.
2. Beoordeling:
2.1 Op de Nederlandse Antillen heeft de wetgever de toegang tot de belastingrechter beperkt tot die gevallen die met zoveel woorden in de verschillende heffingsverordeningen zijn genoemd.
In het onderhavige geval kan het slechts gaan om art. 47 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB) en om art. 18 van Pro de Landsverordening op de loonbelasting 1976 (LLB), welke bepalingen beroep openstellen tegen een beschikking van de Inspecteur op een bezwaarschrift.
2.2 Kan de brief van de Inspecteur van 1 november 1996, waartegen het beroepschrift zich richt, worden aangemerkt als een beschikking op een bezwaarschrift? De Raad beantwoordt die vraag ontkennend. De Inspecteur doet in die brief immers geen uitspraak op een bezwaarschrift maar reageert op een verzoek van appellant om restitutie van over het jaar 1986 geheven loon- en/of inkomstenbelasting. Dat verzoek heeft de Inspecteur opgevat en – gelet op de inhoud van de gedingstukken - ook mogen opvatten als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aan appellant over het jaar 1986 opgelegde - en naar uit de gedingstukken blijkt - onherroepelijk vaststaande aanslag in de inkomstenbelasting. Op dat verzoek heeft de Inspecteur negatief beschikt. Tegen een dergelijke beschikking kan appellant naar stellig Antilliaans fiscaal procesrecht bij de Antilliaanse belastingrechter geen rechtsmiddel aanwenden.
Appellant kan dan ook niet in zijn beroep worden ontvangen.
3. Beslissing:
De Raad verklaart appellant niet -ontvankelijk in zijn beroep.
mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink