ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU9381
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. Bijloos
- J.K. Moltmaker
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verschuldigdheid en terugvordering van ten onrechte in rekening gebrachte algemene bestedingsbelasting
Appellante, actief in de handel en fabricage van producten, bracht aan haar afnemers algemene bestedingsbelasting (ABB) in rekening over de periode juli tot en met december 1996, terwijl zij niet als fabrikant in de zin van de LABB kon worden aangemerkt. Na een boekenonderzoek bleek dat ongeveer 50% van haar omzet aan kleinverbruikers werd geleverd, waardoor zij ten onrechte ABB in rekening bracht.
Hoewel appellante van mening was dat zij deze ten onrechte in rekening gebrachte ABB niet hoefde af te dragen, deed zij uit voorzorg op 30 september 1997 aangifte en betaalde het bedrag. De Inspecteur wees het bezwaarschrift af, waarna appellante beroep instelde bij de Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat de verschuldigdheid van ABB volgens de artikelen 1 tot en met 7 LABB wordt bepaald en niet door wat aan afnemers is gefactureerd. Het niet voldoen van ten onrechte in rekening gebrachte ABB is niet in strijd met de doelstelling van de LABB. De schade door het niet voldoen komt primair voor rekening van de afnemers, die hun onverschuldigde betaling via de burgerlijke rechter kunnen terugvorderen.
De Raad wees er verder op dat de wetgever bewust heeft afgezien van een bepaling die de verplichting tot afdracht van ten onrechte in rekening gebrachte ABB regelt, zoals later wel in art. 48a LABB werd opgenomen. Tot slot verklaarde de Raad zich onbevoegd om proceskosten en rente toe te kennen en vernietigde de beschikking van de Inspecteur, waarbij het betaalde bedrag als onverschuldigd betaald moet worden teruggegeven.
Uitkomst: De Raad vernietigt de beschikking van de Inspecteur en verklaart dat het betaalde bedrag aan ABB als onverschuldigd betaald moet worden teruggegeven.