ECLI:NL:ORBBNAA:1999:BU5604

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
29 januari 1999
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1997/002
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16AArt. 23A
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vliegopleiding zoon aangemerkt als beroepsopleiding voor belastingaftrek

Appellant kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd zonder kinderaftrek. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag, waarna de inspecteur een beperkte kinderaftrek toekende. Appellant ging in beroep bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken.

Het geschil betrof de vraag of de vliegopleiding van zijn zoon Y kon worden aangemerkt als een opleiding voor een beroep. Appellant stelde dat Y de vliegopleiding volgde met het doel verkeersvlieger te worden, terwijl de inspecteur dit als liefhebberij beschouwde. De inspecteur wees erop dat Y na het MAVO-diploma een andere opleiding was gaan volgen en de vliegopleiding niet had voortgezet.

De Raad oordeelde dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat Y de vliegopleiding met het oog op een beroepsuitoefening had gevolgd. Daarom werd de vliegopleiding als beroepsopleiding erkend, waardoor de opgevoerde buitengewone lasten aftrekbaar waren. De aanslag werd verminderd tot het zuivere inkomen minus de buitengewone lasten, zonder kinderaftrek.

Uitkomst: De Raad van Beroep erkent de vliegopleiding als beroepsopleiding en vermindert de aanslag met de buitengewone lasten zonder kinderaftrek.

Uitspraak

Beschikking van 29 januari 1999, nr. 1997/002
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curacao,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Loop van het geding
1.1. Aan appellant is, met dagtekening 12 april 1996, voor het jaar 1993 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een zuiver inkomen van Naf. x, zonder kinderaftrek. Nadat appellant tegen die aanslag bezwaar had aangetekend, heeft de Inspecteur de aanslag verminderd door alsnog tot een bedrag van Naf. 250,= kinderaftrek te verlenen.
1.2. Tegen de beslissing op bezwaar is appellant tijdig in beroep gekomen bij de Raad. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.
1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad op 22 april 1998, gehouden op Curaçao. Beide partijen zijn daar verschenen. Appellant heeft een pleitnota, door hem verweerschrift genoemd, voorgedragen en overgelegd. Tevens heeft hij nog enige producties in het geding gebracht. Ook de Inspecteur heeft toen een stuk geprocedeerd. Partijen hebben de gelegenheid gehad op elkaars producties te reageren.
2. Vaststaande feiten
2.1. De zoon van appellant, Y, geboren op 27 april 1977, heeft in 1993 onderwijs gevolgd aan de middag-MAVO. Daarnaast volgde hij een opleiding voor het vliegbrevet “private pilot A”. Het theoretische gedeelte van de vliegopleiding is verzorgd door het Departement van Luchtvaart, het praktische gedeelte door de Aeroclub Curaçao.
2.2. De op appellant drukkende en als buitengewone lasten opgevoerde kosten in het
levensonderhoud van Y bedroegen:
Kosten vliegopleiding Naf. 16.169,66;
Kosten MAVO Naf. 1.043,35;
Kosten inwoning en vervoer Naf. 4.800,00;
Totaal Naf. 22.013,01
2.3. Y droeg zelf bij in de kosten van zijn levensonderhoud tot een bedrag van Naf. 5.300,10.
2.4. Medio 1995 behaalde Y zijn MAVO-diploma. Daarna is hij in Nederland een MBO-opleiding werktuigbouwkunde begonnen aan het Oosterborchcollege te Enschede.
1.1. Bij de aanslagregeling heeft de Inspecteur de opgevoerde buitengewone lasten gecorrigeerd tot een bedrag van Naf. 16.170,01. Abusievelijk is niet het gehele bedrag gecorrigeerd.
2. Omschrijving geschil en standpunten van partijen
2.1. Het geschil betreft de aangebrachte correctie en spits zich toe op de vraag of de vliegopleiding in het geval van Y kan worden aangemerkt als een opleiding voor een beroep. Appellant beantwoordt die vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.
2.2. Alhoewel de Inspecteur erkent dat de gevolgde vliegopleiding als een serieuze opleiding moet worden aangemerkt, is hij van mening dat in het geval van Y sprake is van liefhebberij danwel van het verbeteren van diens persoonlijke vaardigheden.
2.3. Uit het feit dat Y na het behalen van zijn MAVO-diploma niet verder is gegaan met zijn vliegopleiding, maar een MBO-opleiding in Nederland is gaan volgen, leidt de Inspecteur af dat de vliegcursus is gevolgd uit liefhebberij en niet om piloot te worden.
2.4. Appellant stelt dat Y altijd al verkeersvlieger wilde worden en dat hij die ambitie nog steeds koestert. De gevolgde weg, MAVO en vliegbrevet A, is ook door anderen gevolgd. Om bij de ALM werkzaam te zijn moet dan nog wel het HAVO-diploma worden behaald, maar met een MBO-diploma werktuigouwkunde kan het doel ook worden bereikt. Helaas is Y met die opleiding gestopt, maar hij heeft in 1996 en 1997 wel weer deelgenomen aan de examens voor het vliegbrevet, zij het niet met succes. De theoretische vakken spelen hem steeds parten.
2.5. Voor het geval het gelijk aan de zijde van appellant is, is niet in geschil dat de door hem opgevoerde bedragen als buitengewone lasten kunnen worden afgetrokken. Er bestaat dan geen recht op kinderaftrek.
3. Overwegingen omtrent het geschil
3.1. De Raad is van oordeel dat appellant, op wie de bewijslast rust, met zijn ter zitting gegeven uiteenzetting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Y de vliegopleiding is gaan volgen ten einde te zijner tijd verkeersvlieger te worden. De in geschil zijnde vraag moet dus met appellant bevestigend worden beantwoord.
3.2. Mitsdien moet het zuiver inkomen worden vastgesteld op Naf. x minus Naf. 16.170,= is Naf. y.
4. Beslissing
De Raad vernietigt de beschikking waarvan beroep en vermindert de aanslag tot een naar een zuiver inkomen van Naf. y, zonder kinderaftrek.
mrs. A.W.M. Bijloos, voorzitter, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink, leden