ECLI:NL:ORBBNAA:1999:BU5682
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. Bijloos
- J.K. Moltmaker
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling renteaftrek lening en fiscale motieven bij omzetting eigen vermogen in vreemd vermogen
Appellante, een houdstervennootschap, ontving in 1992 een lening van Bank M te Aruba die zij als dividend aan haar aandeelhouders ter beschikking stelde. Deze aandeelhouders storten het bedrag op aandelen van N.V. N, die het vervolgens als deposito bij Bank M plaatste als zekerheid voor de lening. De inspecteur betwistte de reële aard van de lening en stelde dat sprake was van een papieren constructie met als doel renteaftrek te verkrijgen, wat volgens hem onder art. 6 lid 2 onderdeel Pro c van de Landsverordening op de Winstbelasting (LWB) niet toegestaan is.
De Raad concludeert dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen reële lening is. Echter, de Raad stelt vast dat appellante nagenoeg uitsluitend fiscale motieven had om eigen vermogen om te zetten in vreemd vermogen. Door de constructie konden aandeelhouders in het buitenland genieten van niet of laag belaste depositorente, terwijl appellante rente aftrok. Dit zou de doelstelling van de LWB ondermijnen.
De Raad wijst het beroep van appellante af om de rente volledig aftrekbaar te verklaren. Ook ziet de Raad geen reden om de lagere rentelasten of hogere rentebaten als gevolg van dividenduitkeringen in mindering te brengen op de rente aan Bank M. De navorderingsaanslag wordt verminderd vanwege een rekenfout, maar blijft grotendeels in stand.
Uitkomst: De renteaftrek wordt beperkt vanwege fiscale motieven, ondanks dat de lening reëel is; de navorderingsaanslag wordt verminderd wegens een rekenfout maar blijft verder in stand.