ECLI:NL:ORBBNAA:1999:BU5689
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. Bijloos
- J.K. Moltmaker
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling renteaftrek lening en investeringsaftrek bij houdstervennootschap
Appellante, een houdstervennootschap actief in beheer en exploitatie van onroerend goed, ontving in 1992 een lening van Bank M te Aruba die zij als dividend aan haar aandeelhouders verstrekte. De aandeelhouders storten dit bedrag op aandelen van N.V. N, die het als deposito bij Bank M plaatste als zekerheid voor de lening. De inspecteur betwistte de reële aard van de lening en stelde dat de rente niet aftrekbaar is op grond van de Landsverordening op de Winstbelasting (LWB).
De Raad concludeerde dat onvoldoende is aangetoond dat er geen reële lening is, waardoor art. 6 lid 2 onderdeel Pro c LWB niet van toepassing is. Wel oordeelde de Raad dat appellante nagenoeg uitsluitend fiscale motieven had om eigen vermogen om te zetten in vreemd vermogen, waardoor renteaftrek in strijd zou zijn met de doelstelling van de LWB. Daarnaast werd vastgesteld dat de lagere rentelasten door dividenduitkeringen niet in mindering komen op de renteaftrek.
Ten aanzien van investeringsaftrek oordeelde de Raad dat de verhuur van woonhuizen binnen de normale bedrijfsuitoefening van appellante valt, waardoor zij recht heeft op investeringsaftrek. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar bedrag van circa Naf. 527.800, rekening houdend met correcties en investeringsaftrek. De uitspraak werd vastgesteld op 18 februari 1999 door de Raad van Beroep voor Belastingzaken.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van circa Naf. 527.800 met toekenning van investeringsaftrek, terwijl renteaftrek wordt beperkt vanwege fiscale motieven.