ECLI:NL:ORBBNAA:2000:BU4351
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. Bijloos
- Th. Groeneveld
- C.W.M. van Ballegooijen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing gehuwde echtgenoten en separate aanslag inkomstenbelasting jaren 1994-1996
Appellant en zijn echtgenote waren gehuwd in gemeenschap van goederen en werkten beiden in loondienst over de jaren 1994, 1995 en 1996. De Inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting op aan appellant, waarbij het gezamenlijke inkomen van beide echtgenoten werd belast. Appellant had echter in de aangiften voor 1994 en 1995 uitdrukkelijk verzocht om separate belastingheffing, en ook voor 1996 was dit de bedoeling.
De Raad overwoog dat ingevolge artikel 20 van Pro de Landsverordening inkomstenbelasting de zuivere inkomens van beide echtgenoten bij de echtgenoot met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen worden belast, behalve voor de zuivere opbrengst uit bestaande dienstbetrekking, die separaat wordt belast tenzij anders verzocht. De Inspecteur had echter het gezamenlijke inkomen belast en een aanslag aan appellant opgelegd, zonder aparte aanslag voor de echtgenote.
De Raad stelde vast dat de aanslagen te hoog waren vastgesteld omdat de inkomstenbelasting van de echtgenote als eindheffing op loonbelasting moest worden beschouwd. De aanslagen werden daarom verminderd met respectievelijk Awg. 182 (1994), Awg. 173 (1995) en Awg. 198 (1996), wat resulteerde in aangepaste aanslagbedragen van Awg. 5.064, Awg. 1.272 en Awg. 2.415 voor de jaren 1994, 1995 en 1996.
De beroepen van appellant werden gegrond verklaard, de bestreden uitspraken vernietigd en de aanslagen verminderd conform de separate heffing van de echtgenoten.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting over 1994-1996 worden verminderd tot Awg. 5.064, Awg. 1.272 en Awg. 2.415 vanwege separate heffing van echtgenoten.