ECLI:NL:ORBBNAA:2001:BT8849

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
15 november 2001
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2002/1968
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van Gijn
  • Groeneveld
  • Overgaauw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 128 lid 1 punt 8 onderdeel d Algemene verordening I.U. en D. 1908Art. 7 Landsbesluit houdende algemene maatregelen van 27 februari 1973
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuisboedelvrijstelling motorfiets bij emigratie naar Aruba

Appellant verhuisde vanuit België naar Aruba en vroeg vrijstelling van invoerrechten voor zijn verhuisboedel, waaronder een motorfiets. De douane verleende aanvankelijk een tijdelijke invoervergunning zonder borgstelling, maar weigerde later een vergunning voor de motorfiets, omdat appellant nog geen verblijfsvergunning had en niet was ingeschreven in de Basisadministratie persoonsgegevens van Aruba.

Appellant maakte bezwaar tegen deze mondelinge afwijzing, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Tegen deze beslissing kwam appellant in beroep bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken, die het beroep ontvankelijk verklaarde en inhoudelijk behandelde.

De Raad stelde vast dat appellant de motorfiets niet met het oog op emigratie had aangeschaft, wat een vereiste is voor het toepassen van de verhuisboedelvrijstelling volgens artikel 7 van Pro het Landsbesluit. De Inspecteur kon geen feiten aanvoeren die dit tegenspraken. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en werd de Inspecteur opgedragen alsnog de verhuisboedelvrijstelling toe te kennen voor de motorfiets.

De uitspraak bevestigt dat de vrijstelling alleen geldt indien de goederen zijn aangeschaft met het oog op de overbrenging van het hoofdverblijf, en dat de motieven van aanschaf van belang zijn voor de toepassing van de vrijstelling.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de verhuisboedelvrijstelling wordt alsnog toegekend voor de motorfiets.

Uitspraak

Beschikking van 15 november 2004, nr. 2002/1968.
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,
1. Loop van het geding
1.1. Appellant heef op 26 oktober 2001 vanwege zijn verhuizing vanuit België naar Aruba een aangifte ten invoer gedaan met het verzoek om vrijstelling van invoerrechten voor verhuisboedels. Omdat hij nog hij nog niet in het bezit was van een verblijfsvergunning, en zich hierdoor niet kon inschrijven in de Basisadministratie persoonsgegevens van Aruba, werd aan hem door de douane een vergunning (C513-O) tot tijdelijke invoer zonder borgstelling verleend, in afwachting van de inschrijving in die Basisadministratie. Bij de genoemde aangifte gaf appellant aan dat deze slechts een gedeelte van zijn inboedel betrof en dat de achtergebleven goederen binnen één jaar zouden worden overgebracht.
1.2. Op 24 april 2002 is namens appellant een aangifte C513-O ingediend voor een motorfiets, BMW type K1100LT. Dit verzoek om een vergunning tijdelijke invoer zonder borgstelling is door de Inspecteur mondeling afgewezen. De Inspecteur heeft appellant daarbij niet op tegen de afwijzing in te stellen rechtsmiddelen gewezen. Appellant is na de afwijzing slechts doorverwezen om borg te stellen.
1.3. Op 27 juni 2004 maakt appellant ‘bezwaar’ tegen de mondelinge afwijzing, welk ‘bezwaar’ door de Inspecteur op 7 november 2002 niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding.
1.4. Appellant is tegen deze uitspraak tijdig in beroep gekomen.
1.5. Het beroep is mondeling behandeld ter zitting van de Raad van 9 november 2004, gehouden in Aruba. Beide partijen zijn verschenen; zij hebben elk een pleitnota overgelegd.
2. Vaststaande feiten
Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil dan wel door één van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan.
2.1. Appellant heeft op 4 december 2000 een motorfiets gekocht in zijn toenmalige woonland België. Appellant heeft deze motorfiets niet van de verkoper afgenomen, doch in plaats daarvan een nieuwer type, de onderhavige motorfiets, besteld. Deze motorfiets is op 20 juli 2001 door appellant in gebruik genomen.
2.2. Op 5 oktober 2001 heeft appellant zijn huisraad overgebracht naar de woning <adres> in Aruba, welke hij samen met zijn gezin betrok.
3. Omschrijving geschil en standpunten van partijen
3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de zogenoemde verhuisboedelvrijstelling van artikel 128, eerste lid, punt 8, onderdeel d, van de Algemene verordening I.U. en D. 1908 (hierna: de Verordening) in samenhang met artikel 7 van Pro het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van 27 februari 1973 ter uitvoering van artikel 128, zevende lid (hierna: het Landsbesluit) van toepassing is ter zake van de onderhavige motorfiets. Appellant beantwoordt deze vraag in tegenstelling tot de Inspecteur bevestigend.
Voor de standpunten van partijen verwijst de Raad voorts naar de gedingstukken, waaronder begrepen de namens appellant en door de Inspecteur voorgedragen pleitnota’s.
4. Beoordeling van het geschil
4.1. De Raad is, mede om proceseconomische redenen en met instemming van partijen, van oordeel dat appellant ontvankelijk moet worden geacht in zijn bezwaar en tevens ontvankelijk is in zijn beroep, zodat de Raad toekomt aan de beoordeling van het materiële geschil.
4.2. De Raad brengt daarbij in herinnering zijn uitspraak van 19 april 1994, gepubliceerd in TAR Justicia 1995, blz. 123, waarbij hij als zijn oordeel gaf dat uit artikel 7, derde lid, van het Landsbesluit volgt dat het vierde lid van die bepaling pas aan de orde komt, indien kan worden aangenomen, dat [ i.c. de motorfiets] is aangeschaft met het oog op de overbrenging van het hoofdverblijf.
4.3. Appellant heeft gemotiveerd gesteld dat hij de motorfiets niet met het oog op de emigratie heeft aangeschaft. De Inspecteur heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander gezichtspunt zouden kunnen leiden. Het gelijk is dus aan de zijde van appellant, zodat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Raad verklaart het beroep gegrond en draagt de Inspecteur op inzake de motorfiets aan appellant alsnog de verhuisboedelvrijstelling te verlenen.
mrs. Van Gijn, Groeneveld en Overgaauw