ECLI:NL:ORBBNAA:2001:BU4368
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- C.W.M. van Ballegooijen
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verhuisboedelvrijstelling voor ingevoerde auto’s wegens ontbreken gebruiksperiode
Appellant bracht in juni 2000 twee Mercedes Benz-auto’s als verhuisboedel over van Florida naar Curaçao en verzocht om toepassing van de verhuisboedelvrijstelling op invoerrechten. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de Raad van Beroep voor Belastingzaken.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant kon aantonen dat de auto’s ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de overbrenging aan hem toebehoorden en in gebruik waren. Appellant stelde dat hij op basis van telefonisch contact met een ambtenaar had begrepen dat hij vrijstelling kon krijgen als hij kon aantonen dat de auto’s zijn eigendom waren en minimaal zes maanden vóór de overbrenging in bezit waren. De Inspecteur ontkende dat volledige en juiste informatie was verstrekt.
De Raad overwoog dat het gebruik van de auto’s in de zin van de regeling inhoudt dat de belastingplichtige zich gedurende de periode van zes maanden bij voortduring of herhaling van de auto moet hebben bediend. Gezien de zeer geringe gereden afstanden in de Verenigde Staten (respectievelijk 50 en 27 mijl) was niet voldaan aan deze gebruiksvoorwaarde. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat de ambtenaar onvolledige informatie gaf.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de verhuisboedelvrijstelling voor de auto’s.
Uitkomst: Het beroep op de verhuisboedelvrijstelling wordt afgewezen omdat appellant niet heeft aangetoond dat de auto’s minimaal zes maanden in gebruik waren vóór invoer.