ECLI:NL:ORBBNAA:2002:BU4031
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- Th. Groeneveld
- C.W.M. van Ballegooijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid taxatieve aanslagen bij niet-ingediende aangiften inkomstenbelasting
Appellant heeft voor de jaren 1991 tot en met 1994 geen tijdige aangiften inkomstenbelasting ingediend, waarop de Inspecteur taxatieve aanslagen heeft opgelegd. Appellant heeft deze aanslagen betwist en alsnog ingevulde aangiftebiljetten ingediend bij bezwaar. De Inspecteur heeft de aanslagen verminderd, maar de hoogte van het onzuivere inkomen bleef in geschil.
De Raad heeft vastgesteld dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarvan hij in de betreffende jaren heeft geleefd en dat zijn opgegeven inkomsten niet toereikend waren om zijn levensonderhoud en spaargedrag te verklaren. Ook de aankoop van een woning en de financiering daarvan met hypotheken en leningen kon appellant niet overtuigend onderbouwen.
Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd van de door hem gestelde leningen, ondanks de gelegenheid die de Raad hem bood om aanvullende bewijsstukken te overleggen. De Raad acht de schatting van de Inspecteur redelijk en wijst het beroep af.
De uitspraak bevestigt dat bij het niet tijdig indienen van aangiften de bewijslast om de redelijkheid van taxatieve aanslagen te weerleggen bij de belastingplichtige ligt. De Raad oordeelt dat appellant niet aan deze bewijsopdracht heeft voldaan.
Uitkomst: De beroepen van appellant worden ongegrond verklaard en de taxatieve aanslagen worden gehandhaafd.